Jan-Campert-Preis
Preisträger
- 2024 Simone Atangana Bekono, Marshmallow
- 2023 Rozalie Hirs, ecologica
- 2022 Dominique De Groen, Slangen
- 2021 Mischa Andriessen, Het drogsyndicaat
- 2020 Maud Vanhauwaert, Het stad in mij
- 2019 Paul Demets, De Klaverknoop
- 2018 Annemarie Estor, Niemandslandnacht
- 2017 Marije Langelaar, Vonkt
- 2016 Jan Baeke, Seizoensroddel
- 2015 Ilja Leonard Pfeijffer, Idyllen
- 2014 Piet Gerbrandy, Vlinderslag
- 2013 Micha Hamel, Bewegend doel
- 2012 Wouter Godijn, Hoe H.H. de wereld redde
- 2011 Erik Spinoy, Dode kamer
- 2010 Hélène Gelèns, zet af en zweef
- 2009 Alfred Schaffer, Kooi
- 2008 Peter Verhelst, Nieuwe Sterrenbeelden
- 2007 Dirk van Bastelaere, De voorbode van iets groots
- 2006 Esther Jansma, Alles is nieuw
- 2005 Nachoem M. Wijnberg, Eerst dit dan dat
- 2004 Mustafa Stitou, Varkensroze ansichten
- 2003 Jan Eijkelboom, Heden voelen mijn voeten zich goed
- 2002 Menno Wigman, Zwart als kaviaar
- 2001 Arjen Duinker, De geschiedenis van een opsomming
- 2000 K. Michel, Waterstudies
- 1999 Peter van Lier, Gegroet o...
- 1998 Tonnus Oosterhoff, Robuuste tongwerken, een stralend plenum
- 1997 Elma van Haren, Grondstewardess
- 1996 Huub Beurskens, Iets zo eenvoudigs
- 1995 Eva Gerlach, Wat zoekraakt
- 1994 Lloyd Haft, Atlantis
- 1993 Toon Tellegen, Een dansschool
- 1992 Willem Jan Otten, Paviljoenen
- 1991 Leonard Nolens, Liefdes verklaringen
- 1990 Jan Kuijper, Tomben
- 1989 Miriam van Hee, Winterhard
- 1988 H.H. ter Balkt, Aardes deuren
- 1987 Tom van Deel, Achter de waterval
- 1986 Herman de Coninck, De hectaren van het geheugen
- 1985 Kees Ouwens, Klem
- 1984 Ad Zuiderent, Natuurlijk evenwicht
- 1983 Robert Anker, Van het balkon
- 1982 Willem van Toorn, Het landleven
- 1981 Judith Herzberg, Botshol
- 1980 Ed Leeflang, De hazen en andere gedichten
- 1979 Roland Jooris, Gedichten 1958-78
- 1978 Cees Nooteboom, Open als een schelp - dicht als een steen
- 1977 Hans Faverey, Chrysanten, roeiers
- 1976 C. Buddingh', Het houdt op met zachtjes regenen
- 1975 Eddy van Vliet, Het grote verdriet
- 1974 Hugues C. Pernath, Mijn tegenstem
- 1973 Hans van de Waarsenburg, De vergrijzing
- 1972 Albert Bontridder, Zelfverbranding
- 1971 Paul Snoek, Gedichten
- 1970 Hans Andreus, Natuurgedichten en andere
- 1969 Rutger Kopland, Alles op de fiets
- 1968 Hans Vlek, Een warm hemd voor de winter
- 1967 Jozef Eykmans, Zonder dansmeester
- 1966 Hanny Michaelis, Onvoorzien
- 1965 Willem Hussem, Schaduw van de hand
- 1964 Louis Th. Lehmann, Who’s Who in Whatland
- 1963 Ed. Hoornik, De vis/In den vreemde
- 1962 Gerrit Kouwenaar, De stem op de 3e etage
- 1961 Ellen Warmond, Warmte, een woonplaats
- 1960 nicht verliehen
- 1959 Sybren Polet, Geboorte-stad
- 1958 nicht verliehen
- 1957 nicht verliehen
- 1956 Remco Campert, Met man en muis und Het huis waar ik woonde
- 1955 nicht verliehen
- 1954 Nes Tergast, Werelden (abgelehnt)
- 1953 Albert Besnard, Doem en dorst
- 1952 Maria Dermoût, Nog pas gisteren
- 1951 Bert Voeten, Met het oog op morgen
- 1950 Hans Lodeizen, Het innerlijke behang (postum)
- 1949 Michel van der Plas, Going my way
- 1948 Jan Elburg, Klein t(er)reurspel