Het achtervoegsel -voorde in Nederlandstalige toponiemen verwijst naar voorde (Middelnederlands: vort of vorda), wat in het algemeen een doorwaadbare plaats of begaanbare doorgang is. Verscheidene plaatsnamen in het Nederlandse taalgebied herinneren aan een oude voorde. Op enkele zeldzame uitzonderingen na treedt het toponiem steeds als suffix op.
Toponiemen met een gelijkaardige betekenis zijn drecht (in Friesland en soms in West-Friesland ook Dracht genoemd), trecht of tricht: zie -drecht.
De naam komt ook in andere landen voor.