| Geschubd dambordje | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Acarospora moenium | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||
| Acarospora moenium (Vain.) Räsänen (1936) | ||||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||||
|
Aspicilia moenium | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Geschubd dambordje (Acarospora moenium) is een korstmossoort uit de familie Acarosporaceae. Het is een klein, schubvormig korstmos dat voornamelijk groeit op kalkhoudende steen, vooral beton en mortel. De soort wordt gekenmerkt door kleine, witberijpte schubjes met zwarte sorediën aan de onderzijde.
Geschubd dambordje heeft een thallus dat bestaat uit kleine, verspreid staande, schildvormige schubjes met een diameter van doorgaans 0,2–0,7 mm, soms tot 1 mm. De schubjes zijn bleekroze tot witgrijs en hebben een sterk witberijpt oppervlak. Wanneer de berijping wordt weggeveegd, komt een lichtbruine tot grijsbruine kleur tevoorschijn.
De schubjes zijn vaak enigszins gewelfd en aan één zijde van het substraat opgetild. Onder de opstaande rand bevinden zich ingezonken soralen met zwarte, korrelvormige sorediën. Deze hebben een diameter van ongeveer 18–24 μm. De sorediën kunnen zich ophopen onder de schubjes en zich uitbreiden over het gesteente, waardoor plaatselijk een zwarte korst ontstaat die op een laag cyanobacteriën kan lijken.
Apotheciën worden zeer zelden gevormd. Ze liggen verzonken in het midden van de schubjes en hebben een holle, bruine, berijpte schijf.
De parafysen zijn min of meer kralensnoervormig, met topcellen van ongeveer 2–4 μm breed. Het epithecium vertoont geen kleurreactie met salpeterzuur (N−). De kenmerken van de asci en ascosporen zijn onvoldoende bekend, doordat vruchtlichamen bij deze soort uitzonderlijk zeldzaam zijn.
De fotobiont bestaat uit eencellige, groene algen van het chlorococcoïde type.
Geschubd dambordje vertoont geen positieve reacties met de gebruikelijke kleurreagentia. De reacties zijn K−, C−, KC− en P−. Ook onder ultraviolet licht (UV) treedt geen karakteristieke fluorescentie op. Met dunnelaagchromatografie zijn geen specifieke secundaire korstmosstoffen aangetoond.
Geschubd dambordje is een epilithisch korstmos dat voornamelijk groeit op kalkhoudende, minerale substraten. De soort wordt vooral aangetroffen op beton, cement en mortel van muren en andere bouwwerken. Minder vaak groeit hij op natuurlijk kalkhoudend gesteente, zoals kalkhoudende leisteen.
De soort groeit onder meer op muren, bunkers en stenen op begraafplaatsen. Door de geringe afmetingen en de vaak verspreid staande schubjes wordt het korstmos gemakkelijk over het hoofd gezien.
Geschubd dambordje heeft een voornamelijk gematigde verspreiding en is bekend uit Europa en Noord-Amerika. Het Europese verspreidingsgebied omvat onder meer Noord-, Midden- en Zuid-Europa.
In Nederland is geschubd dambordje een zeldzame soort. Hij is verspreid over verschillende delen van het land aangetroffen, onder meer in het binnenland op muren en andere stenen constructies. Volgens de Nederlandse Rode Lijst van korstmossen wordt de soort beschouwd als niet bedreigd.
De soort werd in 1921 door de Finse lichenoloog Edvard August Vainio oorspronkelijk beschreven onder de naam Endocarpon moenium. In 1936 plaatste Veli Räsänen de soort in het geslacht Acarospora, waarmee de huidige combinatie Acarospora moenium ontstond.
De soort is ook beschreven onder de namen Aspicilia moenium en Aspicilia excavata. Deze worden tegenwoordig als synoniemen beschouwd.