Adrien Goffinet

Adrien Goffinet
Adrien Goffinet
Algemene informatie
Volledige naam Adrien Goffinet
Geboren 10 april 1812
Neufchâteau
Overleden 21 december 1886
Brussel
Nationaliteit Belg
Geboorteland België
Beroep militairBewerken op Wikidata
Familie
Kinderen Constant Goffinet, Auguste GoffinetBewerken op Wikidata
Zoon Constant Goffinet

Adrien François Constantin Goffinet (Neufchâteau, 10 april 1812 - Brussel, 21 december 1886) was een Belgisch luitenant-generaal en vertrouwensman van koning Leopold II.

Biografie

Familie

Adrien Goffinet was de zoon van de ontvanger van belastingen Adrien Goffinet en Catherine Petit. Hij trouwde in 1855 in Gent met Marie-Thérèse De Cock (1827-1904), dochter van Auguste De Cock, industrieel, schepen van Gent, gedeputeerde van Oost-Vlaanderen en senator, en kleindochter van Jean-François De Meulemeester. Ze kregen vier zoons die ongehuwd bleven, onder wie de tweeling baron Constant Goffinet en baron Auguste Goffinet, en twee dochters. Een dochter trouwde met een de Fierlant Dormer, met afstammelingen tot heden. De andere dochter, Mariette Goffinet (1860-1938), trouwde in 1888 in Brussel met graaf Albert de Theux de Meylandt (1853-1915), burgemeester van Heusden en volksvertegenwoordiger, zoon van graaf Barthélemy de Theux de Meylandt, lid van het Nationaal Congres, volksvertegenwoordiger, minister, premier en minister van Staat. Het huwelijk bleef kinderloos.

Hij was een schoonbroer van Edouard De Jaegher, diplomaat, volksvertegenwoordiger en gouverneur van Oost-Vlaanderen.

In 1867 werd Goffinet in de erfelijke adelstand opgenomen met de titel van baron, titel die in 1870 werd uitgebreid tot al zijn nakomelingen. Deze tak is echter aan mannelijke zijde in zijn kinderen uitgedoofd. De thans nog bestaande naamdragers van deze familie zijn afstammelingen van zijn broer, Adrien-François Goffinet (1815-1882).

Loopbaan

In 1832 trad Goffinet toe tot het Belgisch leger met de graad van sergeant en was weldra onderluitenant. In 1838 was hij luitenant. Hij werd stafmedewerker van generaal Prisse, militair commandant van de provincie Antwerpen. In die hoedanigheid nam hij vanaf 1839 deel aan de onderhandelingen gevoerd door de commissie voor de afbakening van de landsgrenzen. In 1845 werd hij bevorderd tot kapitein.

In 1851 trad hij in dienst bij koning Leopold I om na korte tijd eerste ornonnansofficier te worden bij de hertog van Brabant, de latere Leopold II. Hij werd al snel een vertrouwensman van de koning. Samen met generaal Brialmont werd hij belast met opdrachten en zendingen, in een periode waarin de kroonprins politieke en koloniale ideeën ontwikkelde en in de senaat redevoeringen hield over stedenbouw en over landsverdediging. Goffinet bezorgde de uitgebreide briefwisseling die de prins hierover voerde.

In 1865, bij de troonsbestijging van Leopold II werd Goffinet zijn secretaris, evenals die van koningin Maria-Hendrika. Hij werd meer bepaald belast met het beheer van de privégoederen van de koning, die in hem het volste vertrouwen had. De waardepapieren, het geld en de juwelen van de koninklijke familie bewaarde hij in brandkasten in zijn woning Montoyerstraat en Wetenschapsstraat. Hij bewaarde er ook heel wat archief van persoonlijke aard van Leopold I, zijn vrouw koningin Marie-Louise en van Leopold II. Hij werd daarbij ook deelgenoot in de familiegeheimen en conflicten. Vanaf 1866 beheerde hij ook de goederen van de onfortuinlijke keizerin van Mexico, Charlotte. Vanaf 1902 beheerde hij ook de Stichting Niederfüllbach.

Vanaf 1869 nam de tot kolonel bevorderde Goffinet zijn twee oudste zoons in dienst, de tweeling Auguste (1857-1927) en Constant (1857-1931), die hun ganse loopbaan zouden doorbrengen in dienst van het koningshuis.

Tijdens de laatste jaren van zijn leven besteedde Goffinet, die de graad van luitenant-generaal had bereikt, vooral veel tijd aan de koloniale ambities van de koning. Het succes behaald op het Congres van Berlijn in 1884-85 was ook zijn werk.

Goffinet vergat zijn voorvaders niet en maakte van de gemeente Freux de bakermat van de familie. Hij breidde er het familiedomein uit, zoals ook zijn zonen na hem deden. In 1930 besloeg het meer dan 2000 ha. De eigendom ging bij erfenis over op de familie de Fierlant Dormer die het nog steeds bezit en het heeft uitgebreid tot 3.000 ha.

Onderscheidingen

Literatuur

Zie ook