Afkorting

Een afkorting is, in schriftelijk taalgebruik, iedere verkorte schrijfwijze voor een woord, woordgroep, naam of andere aanduiding. Het woord afkorting is een verzamelbegrip voor meerdere categorieën; in alle gevallen is de overeenkomst echter dat in de schrijfwijze een of meer letters zijn weggelaten.

Categorieën

Er vallen vijf categorieën afkortingen te onderscheiden:

Over deze vijf termen bestaat weleens verschil van opvatting. Met name is wel bezwaar gemaakt tegen de term letterwoord: ieder woord bestaat immers uit letters. De hier gegeven indeling is die van de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje).

Afkorting als woord

Taalkundig moet een afkorting als een woord worden beschouwd. Ze kan als kern van een zinsdeel fungeren:

Er kunnen andere woorden van worden afgeleid, zelfs in een andere woordsoort:

en een afkorting kan, net als een ander woord, worden gebruikt in samenstellingen:

Een afkorting kan zelfs een ander grammaticaal geslacht hebben dan het oorspronkelijke woord:

Hoofdlettergebruik in afkortingen

Inburgering

De Woordenlijst Nederlandse Taal hanteert de stelregel dat een initiaal- of letterwoord met hoofdletters wordt geschreven zolang het nog niet is ingeburgerd: de taalgebruiker ondergaat het als een "vreemd" woord. Zodra het woord echter gewoner is geworden, krijgt het kleine letters. De grens is moeilijk precies aan te geven, en correcte spelling vereist veelal dat de afkorting wordt opgezocht in de lijst. Nederlandse onderwijsvormen krijgen kleine letters. Enkele voorbeelden zijn:

Regelgeving van de overheid

Wetten en plannen van de overheid krijgen in de regel hoofdletters:

maar hierop zijn diverse uitzonderingen; een afkorting met kleine letters kan ingeburgerd zijn:

Namen en donorprincipe

Bij afkortingen van eigennamen worden doorgaans de hoofdletters gevolgd zoals die in de naam voorkomen:

Gaat het om letterwoorden die een eigennaam vormen, dan bepaalt het aantal letters de spelling: tot drie letters worden met hoofdletters gespeld, vier letters alleen met hoofdletters als het een openbaar lichaam betreft, langere letterwoorden hebben alleen een beginhoofdletter:

Maar als degene die recht op de naam heeft, een andere spelling hanteert, geldt het donorprincipe en wordt die spelling gevolgd:

Titulatuur

Afgekorte titulatuur wordt in kleine letters en met een punt geschreven:

Persoonsnamen

Voorletters en initialen krijgen doorgaans punten. De spaties tussen punt en volgende voorletter worden overigens vaak weggelaten. De letters van parafen krijgen zelden punten.

Verkortingen

Een verkorting is opgebouwd uit oorspronkelijke lettergrepen of delen daarvan. Ze krijgt kleine letters, tenzij het donorprincipe geldt:

Ziekten

Ziekten worden met hoofdletters geschreven, tenzij ze tot het dagelijks taalgebruik behoren:

Symbolen

De schrijfwijze van symbolen (eenheid en voorvoegsel) is meestal bij (internationale) conventie geregeld:

Gebruik van punten

Regel

Een algemene regel is dat afkortingen punten bevatten:

Uitzonderingen

Symbolen

Op deze regel bestaat een aantal uitzonderingen. Internationaal aanvaarde symbolen bevatten doorgaans geen punten:

  • 15 cm/s, 512 MB

maar in het dagelijks taalgebruik wordt soms een alternatieve afkorting gebruikt, die niet het officiële symbool is:

  • Over 30 sec. wordt uw pc afgesloten.

Hierdoor hebben we de symboolafkorting s naast de meer alledaagse afkorting sec. Het gebruik zal ervan afhangen in hoeverre de tekst officieel en specialistisch van aard is.

Schuine streep

Soms wordt in plaats van een punt een (enkele) schuine streep gebruikt, zoals in t/m voor tot en met of v/d voor van de.

Initiaalwoorden en letterwoorden

Bij initiaalwoorden (pc) en letterwoorden (BuZa) geeft de uitspraak de doorslag. Zulke woorden worden doorgaans uitgesproken áls letters: we zeggen "peesee" en "buuzaa". In dat geval komen er geen punten:

  • pc, BuZa, COC.

Afkortingen die daarentegen voluit worden uitgesproken, krijgen wel de punten:

  • Z.K.H., o.a.

We spreken uit: "Zijne Koninklijke Hoogheid", "onder andere(n)".

Hier doet zich nog een tussengeval voor: woorden die in het hedendaagse taalgebruik als initiaalwoord werden uitgesproken, maar vroeger voluit, behouden toch de oorspronkelijke punten:

  • s.v.p., c.q. (vroeger "s'il vous plaît" en "casu quo", daarna steeds vaker "esveepee" en "seekuu").

Het tussengeval levert het probleem voor de schrijver op dat hij een "vroeger" taalgebruik moet vergelijken met een "hedendaags" taalgebruik.

Homografen

Als een afkorting precies dezelfde spelling heeft als een ander woord (ermee homograaf is), kunnen ter verduidelijking punten worden geschreven:

  • m.o.k. ("moeilijk opvoedbare kinderen", om verwarring met de drinkbeker te vermijden).

Die punten zijn niet altijd nodig; de context kan voldoende duidelijkheid verschaffen:

  • Ze werd op een mok-school geplaatst.

Meervoud

Regel

De meervoudsvorm van een afkorting is 's.

Uitzondering

Als de afkorting eindigt op s of x is de meervoudsvorm 'en.

Bijzondere afkortingen

Ingebed

Een aantal afkortingen bestaan uit componenten die zelf ten dele weer afkortingen zijn:

Recursief

Afko's

Soms wordt het woord afko gebruikt voor "afkorting", met name onder studenten. In de studentencultuur verwijzen veel "afko's" naar studentikoze situaties en spullen, zoals speciaalbier (spebi), quarantaine (quara) en heerlijk (heerlie). Kenmerkend is dat het vaak geen daadwerkelijke afkortingen betreft, maar slechts woorden waarbij het laatste deel wordt weggelaten. Veel "afko's" eindigen bovendien, al dan niet kunstmatig, op een klinker. Deze verkorte vormen worden meestal als grappige vondst gepresenteerd; ingeburgerd zijn ze echter niet, en in verzorgd taalgebruik komen ze niet voor. Tijdens de coronacrisis nam het gebruik van studentikoze afkortingen op sociale media een vlucht.

Taalgemengd

Afkortingen kunnen ook samengesteld worden uit woorden van verschillende talen. Zo staat ABL voor Armée Belg(e)isch Leger. In het Belgisch leger moet de terminologie immers de twee talen strikt evenwaardig behandelen.
Dergelijke afkortingen, een vorm van meertalige naamgeving dus, komen vooral voor in tweetalige organisaties of als men zich tot twee verschillende taalgroepen wendt, zoals in B.U.B., Belgische Unie - Union Belge.

Problemen in het gebruik

Een afkorting heeft met een woord de eigenschap gemeen dat zij een taalteken is: zij heeft een bepaalde vorm en verwijst naar een begrip in de werkelijkheid: zij heeft dus een bepaalde betekenis. Dit brengt een aantal consequenties met zich mee.

Afkorting en taalgebied

De toepassing van afkortingen verschilt van taal tot taal.

Overmatig gebruik

Publicaties die het gebruik van verzorgd Nederlands willen bevorderen (stijlboeken, leerboeken journalistiek), raden doorgaans het veelvuldig gebruik van afkortingen af. Enkele van de wenken zijn:

Vertaalfouten

Een afkorting kan niet van de ene taal in de andere worden vertaald. Zoals bij vertaling alleen die woorden kunnen worden gebruikt die in de doeltaal werkelijk bestaan, zo zijn ook uitsluitend die afkortingen beschikbaar die in de doeltaal inderdaad gebruikelijk zijn.

Lijsten van afkortingen naar onderwerp

Zie ook

Zoek afkorting op in het WikiWoordenboek.