| Mineervliegen | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Mijnen van Phytomyza spondylii | ||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Familie | ||||||||||
| Agromyzidae Fallén, 1810 | ||||||||||
| ||||||||||
De mineervliegen (Agromyzidae) zijn een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera) en de onderorde van de vliegen (Brachycera). Wereldwijd omvat deze familie zo'n drieduizend soorten.

Het lichaam van deze vliegjes is geelgroen, grijs of zwart. De imagines zijn klein, de lengte meestal zo'n 2 tot 3 millimeter tot een maximum van 6,5 millimeter. De larven gaan 3 groeistadia door totdat zij de maximumgrootte van zo'n 2 millimeter bereiken. Dan verlaten ze het blad om te ontpoppen.
Larven van deze vliegen zijn bladmineerders. Ze boren gangen in bladen, stengels, zaden of wortels van planten, waarmee ze grote schade aanrichten aan landbouwgewassen. In de tropen hebben deze vliegjes een levensduur van slechts 2 weken.
Met hun puntige legboor zetten de vrouwtjes tot 50 eieren af in plantenweefsels.
Deze soort komt wereldwijd voor op stengels, bladen, zaden en wortels van planten waaronder allerlei soorten landbouwgewassen.
(Indicatie van aantallen soorten per geslacht tussen haakjes)