| Albert Sercu | ||||
|---|---|---|---|---|
Roger Lambrecht en Albert Sercu | ||||
| Persoonlijke informatie | ||||
| Geboortedatum | 26 januari 1918 | |||
| Geboorteplaats | ||||
| Overlijdensdatum | 24 augustus 1978 | |||
| Overlijdensplaats | Roeselare, België | |||
| Sportieve informatie | ||||
| Discipline(s) | Weg | |||
| Ploegen | ||||
| ||||
| Beste prestaties | ||||
| Milaan-San Remo | 9e (1947) | |||
| Gent-Wevelgem | 19e (1945) | |||
| Ronde van Vlaanderen | 2e (1943, 1945) | |||
| Parijs-Roubaix | 5e (1943) | |||
| WK op de weg | 2e (1947) | |||
| ||||
Albert "Berten" Sercu (Bornem, 26 januari 1918 - Roeselare, 24 augustus 1978) was een Belgische wielrenner die prof was van 1939 tot 1952.
Hij was zowel op de weg als op de baan actief. In 1947 won Sercu zilver op het wereldkampioenschap wielrennen op de weg in Reims, na Theo Middelkamp. Sercu verzamelde veel ereplaatsen, onder andere in Parijs-Brussel, het Belgisch kampioenschap op de weg, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Tours en de Scheldeprijs. Daarnaast kon hij ook enkele belangrijke wedstrijden winnen. Zo won hij enkele etappes in de Ronde van België, in 1947 Dwars door Vlaanderen, de Omloop Het Volk en Nokere Koerse, en in 1951 werd hij Europees kampioen Ploegkoers op de baan.
Albert Sercu is de vader van Patrick, een van de grootste zesdaagserenners aller tijden, en ook de grootvader van wielermanager Christophe.
In Roeselare is de Albert Sercustraat naar hem vernoemd. Wegens zijn inzet in de jaren zestig voor de herstelling van de openluchtvelodroom in Rumbeke werd deze eveneens naar hem vernoemd: de wielerpiste Defraeye-Sercu.
1946
1947
1948
1951
|
|