
Alexandre Deulofeu Torres (L'Armentera, 20 september 1903 – Figueres, 27 december 1978) was een Spaanse politicus en geschiedfilosoof. Hij is bekend door zijn "Wiskunde van de geschiedenis", een cyclische theorie over de evolutie van de beschavingen.
Alexandre Deulofeu werd geboren in L'Armentera in het uiterste noordoosten van Catalonië, waar zijn vader werkte als apotheker. Op driejarige leeftijd ging hij in Sant Pere Pescador wonen, en negen jaar later verhuisde hij naar Figueres. Hij voltooide zijn middelbare school aan het Institut Ramón Muntaner en in Barcelona, en studeerde Farmaceutische Wetenschappen en Chemie in Madrid. Deze laatste studies voltooide hij te Barcelona. Bij zijn terugkomst in Figueres, slaagt hij voor de toegangsexamens tot het hoogleraarschap, waarna hij als professor werkzaam is aan het instituut van Figueres. Zo begint hij een etappe van intense politieke activiteit, eerst als bestuurder van de Joventut Nacionalista Republicana de l'Empordà en later als leider van de politieke partij Esquerra Republicana de Catalunya (ERC). Hij werd toevallig burgemeester van Figueres tijdens de Spaanse Burgeroorlog, waar hij confrontaties, razzia's en vervolgingen vermeed. Hij werd opgeroepen als gezondheidswerker aan het front. Op 5 februari 1939, met de terugtrekking van de republikeinen, ging hij in ballingschap naar Frankrijk. Daar beoefende hij verscheidene beroepen: leraar in diverse materies, violist en saxofonist in verschillende klassieke bands, experimenteel boer (uitvinding en realisatie van plantages zonder aarde, met vloeibare oplossingen), fabrieksarbeider, bouwvakker, schrijver, dichter, enz. Hij raakte bevriend met Francesc Pujols en Salvador Dalí. Hij keerde terug uit ballingschap op 22 januari 1947 en legde zich toe op de farmacie, het vervolgen van zijn onderzoek en op het schrijven. Hij stierf eind 1978 op 75-jarige leeftijd te Figueres, zonder de uitgebreide versie van zijn magnum opus te hebben voltooid: La matemàtica de la història (De wiskunde van de geschiedenis).
Hij beweerde dat de beschavingen en de heerschappijen cycli volgen die overeenkomen met de natuurlijke cycli van de levende wezens. Elke beschaving is in staat ten minste drie cycli van 1.700 jaar te voltooien. De heerschappijen, die begrepen zijn in de beschavingen, hebben een gemiddelde levensduur van 550 jaar. Hij beweerde dat, via de kennis van de natuur van de cycli, oorlogen vermeden konden worden, die volgens hem onnodig waren, zodat de processen vreedzaam zouden worden in plaats van gewelddadig. Verder meende hij dat de mensheid in staat zou zijn deze cyclussen te kennen en te wijzigen, en dat ze zich zou moeten organiseren onder de vorm van een Universele Confederatie van vrije volkeren.
De verkondiging van de wiskundige wet, die volgens hem de evolutie van de volkeren bepaalt, kan worden samengevat in de volgende punten (Hoofdstuk III van het Catalaanse werk "La matemàtica de la història", "De wiskunde van de geschiedenis", 1967):
Zijn gedachtegoed heeft te maken met de ideeën van Oswald Spengler en Arnold Joseph Toynbee, die eveneens theorieën naar voor brachten over de evolutie van de volkeren, maar zonder toe te komen aan de zeer precieze wiskundige regels die Deulofeu uiteenzet.
Tijdens en na zijn ballingschap bezocht Deulofeu vele musea, tempels en monumenten in verschillende landen waar hij via afleidingen onder andere de oorsprong van de Romaanse kunst in de negende eeuw tussen l'Empordà en de Rosselló vond. Hij meende dat deze de oorsprong was van wat hij de tweede cyclus van de West-Europese beschaving noemt, die na de eerste cyclus komt.