| Alida de Jong | ||||
|---|---|---|---|---|
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | Aaltje de Jong | |||
| Geboortedatum | Amsterdam, 18 december 1885 | |||
| Geboorteplaats | Amsterdam | |||
| Overlijdensdatum | Sobibór (Polen), 9 juli 1943 | |||
| Overlijdensplaats | Sobibór | |||
| Partij | Sociaal-Democratische Arbeiderspartij | |||
| Religie | Joods | |||
| Functies | ||||
| 1931-1933; 1937-1943 |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal | |||
| 1935-1940 | lid gemeenteraad van Amsterdam | |||
| ||||
Aaltje (Alida) de Jong (Amsterdam, 18 december 1885 - Sobibór, 9 juli 1943) was een Joods-Nederlandse vakbondsbestuurder en politica.
Alida de Jong was een dochter van de diamantbewerker en melkslijter Levie de Jong en Sarah Serlui en tante van de historicus en eerste directeur van het RIOD Loe de Jong. Na de openbare lagere school en herhalingsonderwijs volgde De Jong een opleiding tot naaister. Ze werd kostuumnaaister, en kwam in dienst bij verschillende ateliers. In 1905 werd zij lid van Naaistersvereeniging Allen Eén, waar ze al snel werd verkozen tot tweede voorzitter. Een jaar later zat ze namens de naaistersvereniging als ‘tweede secretaresse’ in het landelijk hoofdbestuur van de Bond in de Kleedingindustrie. Van 1912 tot 1940 was ze bestuurslid van deze Nederlandse Bond van arbeiders in de kledingindustrie. Ze werkte ook voor deze vakbond - eerst als tweede secretaresse, later als commissaris hoofdbestuur en vanaf 1920 lid van het dagelijks hoofdbestuur. Daarmee was zij de eerste vrouw in Nederland die werd betaald voor haar vakbondswerk. Dit maakt het mogelijk om ontslag te nemen bij de Bijenkorf. Ook was ze vertegenwoordigster bij het Nederlands Verbond van Vakverenigingen. Vanaf 1927 vervulde De Jong bestuursfuncties bij de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Daarnaast maakte zij van 1927 tot 1935 deel uit van het bestuur van de Sociaal-Democratische Vrouwenclub te Amsterdam.

Van 1931 tot 1933 en vanaf 1937 was De Jong namens de SDAP lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Daarnaast was ze vanaf 1935 lid van de Amsterdamse gemeenteraad. In de Tweede Kamer sprak ze vooral over onderwerpen rond economische zaken en arbeid, defensie en sociale zaken. In december 1931 speelde ze een leidende rol in de stakingen bij de Hollandiafabrieken en in 1932 voerde ze de onderhandelingen bij een arbeidsconflict in de Amsterdamse confectie-industrie. Ook werd in 1932 dankzij haar inspanningen de leeftijdsgrens voor bijstand (‘de steun’) aan alleenstaande werkloze vrouwen verlaagd van 35 naar 25 jaar.
In 1940 werd ze door de Duitse bezetter uit de gemeenteraad gezet. Tijdens de razzia van 20 juni 1943 werd De Jong opgepakt en naar Doorgangskamp Westerbork vervoerd. Op 6 juli dat jaar werd ze op transport gezet naar vernietigingskamp Sobibor, waar ze op 9 juli werd vermoord.
De informatie op deze pagina, of een eerdere versie daarvan, is geheel of gedeeltelijk afkomstig van www.parlement.com. Overname was tot 1 februari 2016 toegestaan met bronvermelding.