Alix Berthet

Alix Berthet
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Geboren 15 augustus 1907
Overleden 11 december 1973
Partij SFIO (jaren 1920–1958)
PSA (1958–1960)
PSU (1960–1962)
CIR (1964–1971)
Departement Isère
Politieke functies
1951–1958 Lid van de Nationale Vergadering
Tijdvak Vierde Franse Republiek
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Frankrijk

Alix Edmond Fernand Berthet (Villard-Reculas, 15 augustus 1907 – Saint-Marcellin, 11 december 1973) was een Frans verzetsstrijder en socialistisch politicus.

Levensloop

Alix Berthet was de zoon van Alix Berthet, onderwijzer en socialistisch militant, en Alice Chaix. Zijn vader stierf tijdens de Eerste Wereldoorlog, waardoor Berthet na de oorlog 'pupil van de natie' werd. Hij liep middelbare school in La Côte-Saint-André en normaalschool in Grenoble. Zijn legerdienst volbracht hij in Tunesië. In 1929 ging Berthet aan de slag als leraar in Décines-Charpieu en in 1931 huwde hij Georgette Machot. Van 1931 tot 1940 gaf hij les aan de basisschool van Bévenais. In die periode was hij, zoals zijn vader en schoonvader, actief als syndicalist en militant voor de socialistische partij SFIO. Berthet leidde de jongerenafdeling binnen de vakbond, zetelde in de internationale onderwijsvakbond en werd in 1936 departementssecretaris van het Syndicat national des instituteurs in Isère.

In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog groeide de afstand tussen Berthet en de SFIO. Zo was hij tegen het Verdrag van München gekant, terwijl zijn partij voor was. Terwijl de SFIO, waarin zijn schoonbroer Justin Arnol sinds enkele jaren een grote rol speelde als medestander van Paul Faure, instemde met collaboratie met het Vichyregime, koos Berthet voor het verzet. Na twee overplaatsingen, werd hij in 1942 actief in de Résistance in het departement Saône-et-Loire. Zoals veel socialisten sloot hij zich aan bij de verzetsgroep Franc-Tireur. Ook na zijn overplaatsing terug naar Isère, bleef hij verzet organiseren, onder andere als uitgever van een clandestien krantje. Hij leidde de plaatselijke afdeling van de Mouvement de libération nationale en werd onder de verzetsnaam 'Duroc' lid van het Comité départemental de libération. Hij werd in augustus 1944 aangehouden door de Gestapo, en bleef opgesloten in een dodencel tot de bevrijding van Grenoble door de Forces françaises de l'intérieur op 22 augustus. In 1946 kreeg hij de Verzetsmedaille.

Voormalige hoofdzetel van Le Dauphiné Libéré in Grenoble. Berthet was mede-oprichter en werkte tot zijn pensionering in 1973 bij deze krant.

Na de oorlog groeide Berthet uit tot een van de leiders van de heropgerichte SFIO. Waar hij voor de oorlog eerder tot de linkervleugel van de socialistische beweging behoorde, werd hij militant anticommunistisch na de oorlog. Uit onvrede met de dominante positie van de communisten in de verzetsbeweging Front national, en in de streekpers met het communistisch dagblad Les Allobroges, richtten Berthet en zes andere verzetsstrijders Le Dauphiné Libéré op. Berthet nam tot 1946 de politieke leiding voor zijn rekening en bleef tot 1955 lid van de raad van bestuur. Le Dauphiné werd algauw de belangrijkste streekkrant. In 1949 stichtte Berthet nog het weekblad L'Espoir. Hij werd tevens lid van een vrijmetselaarsloge.

In 1945 en opnieuw in juni 1946 en november 1946 stelde hij zich kandidaat in de parlementsverkiezingen vanuit het departement Isère. Bij beide verkiezingen behaalde SFIO slechts één zetel, voor Lucien Hussel. Bij de parlementsverkiezingen van 1951 trok Berthet de lijst en werd hij verkozen. In het Assemblée zetelde hij in de commissies Pers, Pensioenen en Vervoer en Toerisme. Berthet gold in de jaren 1950 als onbetwiste leider van de SFIO in Isère en kon de formele leiding in 1952 afstaan aan iemand anders. In 1951 reisde hij als studiereis naar Socialistisch Joegoslavië, waarover hij nadien in zijn streek activiteiten organiseerde.

Berthet maakte geen deel uit van de nationale partijleiding en botste er vaak mee. Hij stemde tegen de Europese Defensiegemeenschap en veroordeelde de "blinde repressie" in de Algerijnse Oorlog. Tijdens de Crisis van mei 1958 weigerde Berthet Charles de Gaulle te steunen. Hij nam deel aan de oprichting van de Union des Forces Démocratiques, als links maar niet-communistisch verzet tegen de terugkeer van de Gaulle. Bij de parlementsverkiezingen van 1958 sloot Berthet zich evenwel niet aan bij de Parti Socialiste Autonome, maar bleef hij SFIO-kandidaat. Desondanks verloor hij zijn zetel en sloot hij zich eind 1958 alsnog aan bij de PSA. In 1960 was hij een van de mede-oprichters van de Parti Socialiste Unifié, maar hij bleef er niet lang en sloot zich vervolgens aan bij de Convention des institutions républicaines.

Graf van de families Chaix en Berthet in Villard-Reculas

Tot januari 1973 werkte Berthet als directeur aankoop voor Le Dauphiné Libéré. Op 11 december 1973 raakte hij zwaar gewond bij een aanrijding in Saint-Lattier en overleed hij op weg naar het ziekenhuis in Saint-Marcellin. Hij ligt begraven in het familiegraf in zijn geboortedorp Villard-Reculas.

Bron