Alphonse Darville was een zoon van Gaston Darville, technisch tekenaar en later houthandelaar, en van Odile Bacq, die strijkster was. Hij ging aanvankelijk naar een ambachtsopleiding. Zijn talent werd al vroeg opgemerkt door zijn leraren, die Darvilles ouders adviseerden om hem een opleiding tot beeldhouwer te laten volgen. Vader hoopte dat hij ornamentist zou worden, waarop hij toestemming kreeg om over te stappen naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel. Hij kreeg in de periode 1924-1929 les van onder anderen Isidore De Rudder, Paul Du Bois, Jacques Marin, Egide Rombeaux en Victor Rousseau. Na schooltijd leerde hij van een ambachtsman in Mont-sur-Marchienne houtsnijden en 's avonds volgde hij de lessen kunsttekenen van Léon Van den Houten aan de Université du Travail in Charleroi. Darville won een aantal academiemedailles en ontving de prijs Van Lanbeeck (1929), de prijs Roger-Langbehn (1931) en de Godecharleprijs (1931). In 1935 won hij de Grote Prijs van Rome voor zijn werk Torse de jeune fille. Een jaar later ontving hij de medaille van de stad Brussel. Hij trouwde in 1937 met Georgette Bousman (1915-2017), zij kregen twee kinderen.
De beeldhouwer had zijn atelier in zijn geboortehuis aan de Rue des Gonceries in Mont-sur-Marchienne. Hij maakte figuren, naakten, monumenten, monumentale beelden en portretten. Uit zijn werk blijkt zijn interesse voor de mens, maar ook voor mythologische en filosofische thema's. Aanvankelijk werkte hij in een klassieke stijl, maar evolueerde via expressionisme en surrealisme naar een meer hedendaagse vormgeving. In 1931 maakte hij zijn eerste penning, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het 2e regiment jachtinfanterie, waar hij zijn dienstplicht had vervuld. In de loop der jaren maakte hij bijna 100 penningen en medaillons. De krant Le Peuple noemde Darville in 1969 "un des meilleurs medailleurs belges".
Eind 1939 werd Darville aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog gemobiliseerd. Na de Achttiendaagse Veldtocht werd hij in Duitsland gevangengezet. Hij wist in december 1942 te ontkomen met behulp van door hem vervalste papieren van het Rode Kruis. Na de oorlog maakte hij een van zijn grootste werken: een metershoog allegorisch beeld dat de Belgische Opstand verbeeldt. Het is geplaatst op een van de pijlers van de Pont des Arches in Luik, die een oude brug verving. De drie andere pijlerbeelden verwijzen naar de Bourgondische tijd (Adolphe Wansart), het ontstaan van Luik (Marceau Gillard en Freddy Wybaux) en het Belgisch verzet in de Tweede Wereldoorlog (Gustave Fontaine. In 1946 was Darville stichter van de Academie voor Schone Kunsten van Charleroi, hij gaf er les in het beeldhouwen en was er tot 1972 directeur. Hij was daarnaast onder andere lid van de Société des Sciences, des Arts et des Lettres du Hainaut en van de kunstcommissie van het tijdschrift Les Cahiers du Nord, schreef publicaties en gaf lezingen over kunst.
Alphonse Darville werd in 1965 benoemd tot officier in de Kroonorde. Hij overleed in 1990, op 80-jarige leeftijd. Op zijn geboortehuis is een gedenkplaquette aangebracht en in Charleroi is de straat Contrescarpe A. Darville naar hem vernoemd. Ook de door hem gestichte academie draagt zijn naam: l'Académie des Beaux-Arts Alphonse Darville de Charleroi.
1960: Gevelreliëf voor de Université du Travail in Charleroi. Opschrift: "Ce qui frappe dans l'accomplissement des grands labeurs humains, c'est la ténacité, l'esprit de suite, l'inlassable patience qu'ils réclament."
1931: Penning t.g.v. 100 jaar 2e regiment jachtinfanterie.
1939: L'île des pingouins.
1944: Redemption, ter herinnering aan componist César Franck (1822-1890). Uitgegeven door Les amis de la médaille d'Art.
1945: La Ville de Namur Reconnaissante, ter herinnering aan de Tweede Wereldoorlog.
1951: Balduinus Rex Belgarum, ter gelegenheid van de troonsbestijging van koning Boudewijn.
1956: Association Charbonnière de Charleroi et de la Basse-Sambre, gedenkpenning t.g.v. het 125-jarig bestaan.
1959: Gedenkpenning Bond der Belgische Brood- en Banketbakkersbazen, met portret van koning Boudewijn.
1978: Dante Alighieri, uitgegeven door Fibru-Fisch.
1979: De Feniks, uitgegeven door Fibru-Fisch.
Galerij
La Gloire et la Paix (1936), Charleroi
Detail Monument du Mouvement national belge (1947), Jumet
Le Maître d'œuvre (1953), Charleroi
La Justice (1956), Charleroi
Reliëf (1958) op de Kunstberg, Brussel
L'Espérance (1968), Marchienne-au-Pont
Literatuur
Xavier Canonne, Aurore Carlier en Lux Hiernaux (2016) Alphonse Darville – Eloge de la simplicité. coll. Monographies du TreMa. Namen: Société archéologique de Namur.
Catherine Leclercq (2016) "Alphonse Darville. L'affirmation de la figure humaine comme idéal formel", in Charleroi 1666-2016. 350 ans d'histoire des hommes, des techniques et des idées. Brussel, Académie royale de Belgique. p. 365-381.