Andreas Masius

Andreas Masius of Andreas Maes (Lennik, 30 november 1514 – Zevenaar, 7 april 1573) was een humanist, rechtsgeleerde, diplomaat, katholiek priester, exegeet, en als taalkundige een vooraanstaand geleerde in de oriëntalistiek.

Leven

Masius werd in Lennik (Goudveerdegem) in Brabant geboren. Na zijn vooropleiding studeerde hij in Leuven, onder meer aan het befaamde Collegium Trilingue. In 1533 slaagde hij er als de beste van 107 medestudenten. Daarna volgde hij recht, Grieks en Hebreeuws.

Na zijn studie in Leuven werd Masius secretaris van Johannes von Weeze, prins-bisschop van Konstanz en de voornaamste raadgever van Keizer Karel V.

Na het plotse overlijden van de bisschop tijdens zijn aanwezigheid bij de Rijksdag van Augsburg in juni 1548 vertrok Masius naar Rome, waar hij de Curie diplomatieke diensten verleende voor Duitse vorsten, vooral voor hertog Willem V van Kleef en Gerwig Blarer, de abt van Weingarten. Hij adviseerde er ook de Vaticaanse Bibliotheek.

Tijdens zijn verblijf in Rome maakte Masius van de gelegenheid gebruik om rijke boekverzamelingen te onderzoeken. Verder zocht hij contact met geleerden, onder wie Guillaume Postel, bij wie hij Arabisch studeerde, en Moses van Mardin, een priester van het patriarchaat van Antiochië, bij wie hij Syrisch studeerde. Zo werd hij een van de eerste Syrologen en op dat vlak een autoriteit in Europa.

Hoelang Masius in Rome bleef, is niet duidelijk. In 1558 arriveerde hij in Kleef waar hij afstand deed van zijn priesterschap en in het huwelijk trad. Samen met zijn echtgenote vestigde hij zich in Zevenaar, dat toen bij het hertogdom Kleef hoorde.

Voor Willem V van Kleef probeerde Masius in 1556 toelating te bekomen van paus Paulus IV om een universiteit te stichten in Duisburg. Onder diens opvolger Pius IV leek er in 1561 een doorbraak te komen, maar de stichtingsbul werd haast onmiddellijk weer ingetrokken, vermoedelijk na protest van Leuven en Keulen. Het zou nog een eeuw duren vooraleer de Universität Duisburg-Essen daadwerkelijk het licht zag.

In een tijd van godsdienstige conflicten, waarin religieuze tolerantie een enorm probleem was, hield Masius als diplomaat alle lijnen open. Zo trok hij in 1567 voor de hertog van Kleef naar het Brusselse hof om onderhandelingen te voeren met de gevreesde Spaanse bevelhebber in de Nederlanden, de hertog van Alva.

Masius beheerste naast zijn moedertaal maar liefst tien talen. Hij leverde een onschatbare bijdrage aan het vertalen van religieuze en oosterse geschriften, zoals De Paradiso van Moses Bar-Kepha. Hij had schriftelijke contacten met geleerden in Italië, Duitsland, Spanje en de Nederlanden, voor wie hij een vraagbaak werd. Hij werkte ook mee aan de wereldberoemde uitgave van de koninklijke Biblia Polyglotta door Plantijn.

Masius had schriftelijke contacten met geleerden in Italië, Duitsland, Spanje en de Nederlanden, voor wie hij een vraagbaak werd.

In de laatste jaren van zijn leven publiceerde Masius boekwerken bij de toonaangevende Antwerpse boekdrukkerij Plantijn een aantal boekwerken, waaronder Institutio linguae syriae en het woordenboek Syrorum peculium.

Na een langdurige ziekte stierf hij op 7 april 1573 in Zevenaar.

Herinnering

Een deel van Masius' handschriften en notities is verloren gegaan in de brand van de Leuvense universiteitsbibliotheek tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Vierhonderd jaar na zijn dood werd in het stadshart van Zevenaar een plein naar Masius genoemd.

In juli 1962 werd naar hem in Lennik de heemkundige Andreas Masiuskring opgericht. In juni 1978 werd een plein in het centrum van Lennik naar hem genoemd.

Publicaties

Uitgaven

Bibliografie

Voetnoten

  1. ↑ François 2009, p. 225
  2. ↑ François 2009, p. 226