| Nannette Streicher | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Anna Maria Streicher, geboren Stein | |||
| Ook bekend als | Nannette Stein Nannette Streicher | |||
| Geboortedatum | 2 januari 1769 | |||
| Geboorteplaats | Augsburg | |||
| Overlijdensdatum | 16 januari 1833 | |||
| Overlijdensplaats | Wenen | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep(en) | pianobouwer | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Stijl(en) | klassieke muziek | |||
| Zangstem | mezzosopraan | |||
| Instrument(en) | piano | |||
| ||||
Anna Maria (Nannette) Streicher (Augsburg, 2 januari 1769 - Wenen, 16 januari 1833) was een van de belangrijkste pianobouwers van Wenen en genoot een grote reputatie in heel Europa. Daarnaast was zij actief als pianiste en zangeres en heeft zij enkele werken gecomponeerd.
Nannette werd geboren in de Zuid-Duitse stad Augsburg als de dochter van de piano- en orgelbouwer Johann Andreas Stein (1728-1792) en zijn echtgenote Maria Regina Burkhart (1742-1800). Haar grootvader Johann Georg Stein was eveneens orgelbouwer. Nannette had drie broers die allen een carrière in de muziek doorliepen: Matthäus Andreas (1776-1842) en Johann Heinrich (1780-1831) kozen voor een loopbaan als pianobouwer, terwijl jongste broer Andreas Friedrich (1784-1809) zich tot pianist en componist ontwikkelde.
Over de opleiding van Nannette is niet veel bekend. Ze werd onderwezen in pianospel en zang door haar vader, die haar beschouwde als een wonderkind. Kennelijk had ze ook Frans geleerd, want ze zou later nog een vertaling maken van een geschrift van Franz Josef Gall. Ook heeft ze enkele composities geschreven.
Nannette leerde reeds op jonge leeftijd in de werkplaats van haar vader het vak van pianobouwer. Ze bleek hiervoor veel talent te hebben en was uiteindelijk de enige die elk nieuw instrument uittestte, nog voordat beroepspianisten het instrument mochten proberen. De werkplaats van haar vader had een goede naam en musici die door Augsburg reisden voelden zich dan ook verplicht om de werkplaats te bezoeken. Dit leverde ook Nannette een groeiende reputatie op binnen de muziekwereld.
In de zomer van 1777 reisden vader en dochter naar Wenen waar hij een van zijn laatste piano-uitvindingen wilde demonstreren, het Poli-Toni-Clavichordium. Op de terugreis regelde hij een ontmoeting in Salzburg met de toen 21-jarige Wolfgang Amadeus Mozart.
In oktober van dat jaar bezocht Mozart de stad Augsburg om de door Johann Andreas Stein ontwikkelde Prell-mechaniek te testen. In een brief aan zijn vader Leopold zou Mozart opmerken dat Nannette volgens hem een grootse toekomst wachtte.
In 1787 bezocht de toen 16-jarige Ludwig van Beethoven de werkplaats in Augsburg. Dit was het begin van een levenslange vriendschap tussen Beethoven en Nannette.
Vader Johann Andreas werd ziek en kwam in 1792 te overlijden. De 23-jarige Nannette en haar 16-jarige broer Matthäus Andreas namen de werkplaats nu over onder de naam Frère et Soeur Stein.
In september 1793 reisden Nannette en Matthäus Andreas naar Wenen. Hier kregen ze van keizer Frans toestemming om een pianowerkplaats te openen in deze stad.

Op 23 december 1793 trouwde Nannette te Augsburg met Johann Andreas Streicher (1761-1833), die als pianist en docent in München werkte. Het kerkelijk huwelijk vond plaats op 7 januari 1794. Het echtpaar kreeg uiteindelijk vier kinderen.
In 1794 verhuisde het echtpaar samen met broer Matthäus Andreas naar Wenen. Zij openden in het gebouw 'Zur Roten Rose' hun nieuwe pianofabriek onder de naam Frère et Sœur Stein d’Augsbourg à Vienne. Drie jaar later werd een ruimere locatie gevonden in het 'Goldspinnerhaus'.
In 1802 ging Nannette zelfstandig verder en noemde haar fabriek nu Nannette Streicher née Stein. De fabriek verhuisde naar het gebouw 'Zum heiligen Florian' dat was aangekocht door haar echtgenoot Andreas, die overigens ook zelf meewerkte in de onderneming.
Het echtpaar Streicher speelde een actieve rol in de muziekwereld van Wenen. Ze organiseerden in hun woonhuis een muzieksalon en openden in 1812 op het terrein van de pianofabriek een kleine concertzaal met 300 zitplaatsen. Dit zaaltje werd in april geopend met een liefdadigheidsconcert waarbij ook aartshertog Rudolf aanwezig was. Vanuit dit initiatief zou later dat jaar de Gesellschaft der Musikfreunde ontstaan.
De concertzaal van Nannette en Andreas nam in Wenen voortaan een belangrijke plaats in binnen het muziekleven.
Nannette had van 1816 tot 1818 een intensieve briefcorrespondentie met Beethoven. Hij probeerde de voogdij te verkrijgen voor zijn neef Karl en kreeg van Nannette advies en ondersteuning.
Vanaf augustus 1817 hielp zij Beethoven ook nog bij het runnen van zijn rommelige huishouden. Zij regelde zijn wasgoed, herstelde zijn sokken en kocht de boodschappen.
Nannattes zoon Johann Baptist (1796–1871) werkte ook mee in de pianowerkplaats. In 1823 werd hij officieel mede-eigenaar, waardoor de firma werd omgedoopt tot Nannette Streicher geb. Stein & Sohn.
Toen zowel Nannette als Johann Andreas in 1833 overleden, nam Johann Baptist het bedrijf over. Hij nam in 1859 zijn eigen zoon op in de firma, maar uiteindelijk werd het bedrijf in 1896 gesloten.

Nannette kreeg in 1832 longoedeem en overleed op 16 januari 1833. Zij werd twee dagen later begraven op het Friedhof zu Sankt Marx, het huidige Zentralfriedhof, vlak bij het graf van haar vriend Beethoven.
Nannette Streicher was een van de belangrijkste pianobouwers van Wenen, naast gevestigde namen als Anton Walter en Johann von Schanz. Haar instrumenten genoten een grote reputatie in geheel Europa. Beethoven schreef in 1796 dat hij uitermate gelukkig was met de piano die haar echtgenoot Andreas Streicher hem had geleverd.
Jaarlijks leverde de werkplaats rond de 80 instrumenten af. Hoewel deels gestandaardiseerd, was er voldoende ruimte om aan persoonlijke wensen van de klant te voldoen, zoals het geluidsvolume of het toonbereik. De pianiste Dorothea von Ertman bestelde bijvoorbeeld een mahoniehouten exemplaar met een bereik van 6,5 octaaf en hamertjes die met Engels leer bekleed waren.
Nannette was vernieuwender dan haar twee pianobouwende broers: ze experimenteerde met de constructie van de zangbodem en zocht naar manieren om de piano meer geluid te laten produceren. Tegelijk handhaafde ze de zogenaamde Weense Prell-mechaniek van haar vader, zodat haar piano's een lichte aanslag hadden en veel ruimte boden voor een verfijnd geluid. Vanaf 1809 had ze het ontwerp van haar vader zo aangepast dat ze piano's kon afleveren die een stevig geluid produceerden. Beethoven zou later dan ook schrijven dat hij sindsdien een grote voorkeur had voor Nannettes instrumenten. In de ontwikkeling van haar piano's speelde Beethoven sowieso altijd al een grote rol, juist vanwege zijn wensen om met meer kracht te kunnen spelen. Daar stond tegenover dat Nannettes instrumenten ook van invloed waren op Beethovens ontwikkeling als componist.
In 1823 kwam er een patent voor een fortepiano op naam van haar zoon Johann Baptist. Met de vernieuwde techniek in deze fortepiano kon Nannette de verfijning van het Weense mechaniek combineren met het geluidsvolume van het Engelse Stoss-mechaniek.
In haar pianofabriek bood ze werk aan 20 tot 30 medewerkers. Vanaf 1802 werkte ze innig samen met Breitkopf & Härtel, die het exclusieve recht had verkregen op de distributie en verkoop in Saksen. Ook in Offenbach, Berlijn, Weimar en Tallinn had Nannette vertegenwoordigers om de verkoop van haar piano's te regelen.
Als componiste schreef ze aan aantal werken. Van het gedicht Klage über den frühen Tod der Jungfer Ursula Sabina Stage (geschreven door Peter Neuß) maakte zij in 1788 een lied voor zang en piano. Nog vóór 1809 publiceerde ze in Augsburg de Marche à huit Instrumens à vent en Deux Marches für Klavier.