Ansfried II

Ansfried II (±895 – ±965) was een graaf in het hertogdom Lotharingen. Volgens Thietmar van Merseburg bestuurde hij vijftien graafschappen. Hiertoe worden het Land van Rijen, Toxandrië en de Teisterbant gerekend, vanaf 958 ook de Nedermaasgouw.

Afkomst

Langs moederszijde had hij een grootmoeder "Gisela" en een grootvader "Rothing". Ze bezaten eigengoederen in de Maasgouw en de Lommegouw. Het bezit in de Lommegouw verbindt hen misschien aan Ansfried I, vermeld in 855 en 866 als graaf van de Palts en de Betuwe. Daarnaast stamde Gisela of Rothing uit de familie van Osburh van Wessex, wat de naam van hun dochter verklaart: Osburg, de moeder van Ansfried.

Osburg trouwde viermaal. Uit het huwelijk met een der Unruochingen werd Berengarius van Namen geboren. Uit een tweede huwelijk ontsproten Ansfried II en Ruotbert van Trier. Uit een volgend huwelijk stamden Wicbert van Gembloers, Goderan, Reinier en een dochter genaamd Reinvidis, getrouwd met een Heribrand.

Leven

Samen met zijn halfbroer Goderamnus ondertekende Ansfrithus de overeenkomst van Giselbert II ten aanzien van de abdij Sint-Servaas (928). Een andere halfbroer, Wicbert van Gembloers, benoemde hen tot beschermheren ("voogden") van de abdij van Gembloers.

Gerberga van Saksen vertrouwde hem de burcht Chèvremont toe na de dood van Giselbert II (939). Mogelijk schonk ze hem ook verspreide leengoederen want in 950 blijkt Ansfried landgoederen bij Salonnes in leen te houden van Lodewijk IV van Frankrijk, haar tweede echtgenoot.

Eind 939 schonk Eremfried, een zoon van Ricfried van de Betuwe, hem de hand van zijn dochter Hereswinde. Toen keizer Otto I de Grote aan Ansfried het tol- en muntrecht verleende te Kessel, hadden Ansfried en Hereswinde nog geen kinderen (950).

Bij de verbanning van Rudolf van de Maasgouw ontving Ansfried de Nedermaasgouw (958). Rond deze tijd getuigde hij bij een schenking aan de abdij Sint-Servaas. Zijn laatste vermelding stamt uit de stichtingsoorkonde van de abdij Sint-Maarten in Luik (965). Vermoedelijk werd hij begraven in de abdij van Gembloers. Als graaf werd hij opgevolgd door zijn oomzegger Ansfried III.