
Een asielzoekerscentrum, afgekort azc, ook asielcentrum of opvangcentrum genoemd, is een voorziening waar asielzoekers onderdak, basisvoorzieningen en begeleiding krijgen zolang over hun verzoek om bescherming wordt beslist. De term azc is vooral in Nederland gangbaar; in België spreekt men doorgaans van een opvangcentrum.
In de Europese Unie stelt de Opvangrichtlijn gemeenschappelijke normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming. Die normen moeten voorkomen dat asielzoekers naar een andere lidstaat doorreizen vanwege verschillen in levensomstandigheden. De richtlijn uit 2013 is vervangen door de herschikte Richtlijn (EU) 2024/1346, die deel uitmaakt van het Europees Asiel- en Migratiepact en uiterlijk 12 juni 2026 in nationaal recht moest zijn omgezet.
In Nederland verzorgt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) de opvang, in België Fedasil. In beide landen staat de opvang al jaren onder druk door tekorten aan plaatsen. Daarnaast lopen er maatschappelijke debatten over de nareis van gezinsleden, over de kosten van asielmigratie en over overlast en criminaliteit rond opvanglocaties, en stuit de vestiging van nieuwe centra geregeld op lokaal verzet.
Tot de invoering van de Regeling opvang asielzoekers in 1987 kende Nederland geen officiële asielopvang. Vanaf 1992 werd de opvang verder verzelfstandigd. Dat leidde tot de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, die op 1 juli 1994 van kracht werd. Sindsdien is het COA, een zelfstandig bestuursorgaan, verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van asielzoekers. Het recht op opvang is uitgewerkt in de Wet COA en de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005).
Het COA zorgt voor:
Een asielzoeker verblijft tijdens en na de procedure op verschillende soorten locaties:
De asielprocedure zelf wordt beschreven in Asielaanvraag in Nederland.
Daarnaast bestaan noodopvang en crisisnoodopvang. Gemeenten richten die tijdelijk in, bijvoorbeeld in evenementenhallen, om te voorkomen dat asielzoekers op straat belanden. In juni 2025 was ongeveer twee derde van de 313 COA-locaties een vorm van noodopvang.
In azc's wonen ook statushouders die wachten op een woning in een gemeente. Begin juni 2026 ging het om 17.810 personen. Ongeveer 14.000 van hen verbleven langer in de opvang dan met de gemeenten was afgesproken.
Sinds 2021 kampt de Nederlandse opvang met een structureel tekort aan plaatsen, de zogeheten asielcrisis. Het overvolle aanmeldcentrum in Ter Apel was in 2022 volgens de NOS niet het gevolg van een uitzonderlijk hoge instroom, maar van slechte doorstroming naar andere azc's. Door de woningnood konden statushouders bovendien geen woning krijgen en moesten zij in het azc blijven. Het aanmeldcentrum is ingericht op maximaal 2000 bewoners.
In mei 2022 moesten voor het eerst tientallen mensen op het gras voor het aanmeldcentrum slapen. Eind augustus waren het er ruim zevenhonderd. In de sporthal die als noodopvang diende, overleed in dezelfde periode een baby van drie maanden.
Artsen zonder Grenzen begon op 25 augustus 2022 met medische hulp buiten de poort. Dat was de eerste keer in het vijftigjarig bestaan van de organisatie dat zij in Nederland noodhulp bood. Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd greep in vanwege de slechte hygiëne rond het aanmeldcentrum.
Begin september zegde staatssecretaris Eric van der Burg toe dat niemand meer buiten hoefde te slapen. Artsen zonder Grenzen stopte daarop met de hulp, na 449 medische en 203 psychologische consulten.
In het voorjaar van 2026 werd het opnieuw krap. Het COA had een bezettingsgraad van 104 procent en verwachtte eind september een tekort van 7900 plaatsen. Vanaf 20 mei 2026 gold in Ter Apel een gecontroleerde toegang: alleen kwetsbare asielzoekers werden direct toegelaten, de anderen kregen zo mogelijk nachtopvang in omliggende gemeenten.
Begin oktober 2026 sliepen weer twintig asielzoekers in de regen buiten het aanmeldcentrum. Het Rode Kruis en VluchtelingenWerk Nederland waarschuwden dat hun dagopvang voor maximaal 150 mensen herhaaldelijk vol zat.
Om de opvang beter over het land te verdelen, hebben gemeenten sinds 2024 een wettelijke taak om asielzoekers op te vangen. Dat staat in de Spreidingswet, officieel de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. Volgens de capaciteitsraming van februari 2026 zijn tot begin 2028 in totaal 88.000 opvangplaatsen nodig. Gemeenten die niet aan de wet voldoen, worden sinds juli 2026 uitgenodigd voor een bestuurlijk gesprek op het ministerie.
Het kabinet-Schoof wilde de wet intrekken, maar viel in juni 2025 voordat dat gebeurd was. Het kabinet-Jetten houdt de wet aan. Eind mei 2026 voldeden nog veel gemeenten niet aan hun opgave. Een initiatiefwetsvoorstel van enkele Tweede Kamerleden om de wet alsnog in te trekken, kreeg op 8 juli 2026 advies van de Raad van State.
Volgens het ministerie van Asiel en Migratie kost de opvang van een asielzoeker gemiddeld ongeveer 71 euro per dag. Daar komen nog kosten bij voor registratie, beveiliging en de beoordeling van asielaanvragen. In de rijksbegroting voor 2025 was voor de toelating en opvang van vreemdelingen ongeveer 9,5 miljard euro uitgetrokken.
Over de kosten van asielmigratie op lange termijn wordt een maatschappelijk debat gevoerd. Migratieonderzoeker Jan van de Beek berekende samen met Hans Roodenburg, Joop Hartog en Gerrit Kreffer in het rapport Grenzeloze verzorgingsstaat de netto bijdrage van immigranten aan de overheidsfinanciën over hun hele levensloop. In een vervolgstudie komen de onderzoekers op de volgende netto bijdragen per persoon:
Het negatieve saldo is het grootst bij asielmigranten uit Afrika en het Midden-Oosten. In zijn boek Migratiemagneet Nederland (2024) werkte Van de Beek deze analyses verder uit voor een breed publiek.
De berekeningen zijn omstreden. De economen Jan Willem Gunning, Casper de Vries en Alexander Rinnooy Kan vinden dat de kosten worden overschat, omdat ook uitgaven aan collectieve voorzieningen zoals defensie per hoofd aan immigranten worden toegerekend. Volgens hun schatting komen de jaarlijkse netto kosten van immigratie uit op minder dan 1 procent van het bruto binnenlands product. Historicus Leo Lucassen wees erop dat asielmigranten aanvankelijk meer kosten omdat zij niet mogen werken, maar op lange termijn integreren en bijdragen. In juni 2025 organiseerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een bijeenkomst waarop onderzoekers beide studies bespraken.
Een groeiend deel van de asielzoekers bestaat uit alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's): kinderen die zonder ouders of andere wettelijke vertegenwoordiger naar Nederland komen. Zij staan onder voogdij van Nidos. Van 2014 tot en met de eerste helft van 2025 kwamen bijna 35.000 amv's naar Nederland, vooral uit Syrië (38 procent) en Eritrea (24 procent). Het aantal aanvragen steeg van ongeveer 2200 in 2021 en 4200 in 2022 naar ruim 5400 in de eerste elf maanden van 2023. Het aandeel van amv's in de eerste asielaanvragen nam toe van ongeveer 9 procent in 2015 tot 16 procent in 2023. Alleen Duitsland en Oostenrijk ontvingen dat jaar meer aanvragen van alleenreizende minderjarigen.
Een deel van deze kinderen wordt door de familie vooruitgestuurd, met het doel om later via gezinshereniging het gezin te laten overkomen. Dat kan onder meer omdat een alleenstaande minderjarige onder de Dublinverordening niet wordt teruggestuurd naar het EU-land waar hij als eerste aankwam of asiel aanvroeg. Volgens onderzoekers hebben ouders vaak niet genoeg geld om met het hele gezin te vluchten. Het oudste kind gaat dan voorop, omdat het de zware reis het best kan doorstaan, terwijl de vader achterblijft om voor de rest van het gezin te zorgen.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zag in 2023 het aantal aanvragen voor gezinshereniging van amv's met broers en zussen sterk stijgen: tot en met augustus 6080, tegenover 3850 een jaar eerder. Volgens de dienst leek het erop dat steeds meer gezinnen bewust een kind vooruitsturen. IND-medewerkers verklaarden de stijging mede uit het beeld dat in Nederland gemakkelijker en sneller gezinshereniging kon worden aangevraagd dan in andere EU-landen. Ongeveer 80 procent van de amv's die mogen blijven, dient een verzoek tot nareis in. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek liet 39 procent van de amv's met een verblijfsvergunning binnen tweeënhalf jaar familieleden overkomen via de nareisregeling; nog eens 13 procent deed dat via de reguliere gezinshereniging.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) plaatst hierbij kanttekeningen:
Alleenreizende minderjarigen hebben aparte, kleinschalige opvang nodig. Eind oktober 2023 verbleven 290 amv's in Ter Apel, waar plaats was voor maximaal 55. Op 1 januari 2026 verbleven 4746 amv's in de opvang van het COA.
Ook nareis in het algemeen drukt op de opvang. In 2025 kwamen 16.500 nareizende familieleden naar Nederland, het hoogste aantal sinds 2013; bijna driekwart van hen kwam uit Syrië. Van de 17.810 statushouders in de opvang in juni 2026 was ongeveer 8000 via nareis naar Nederland gekomen.
De beperking van nareis was in juli 2023 de directe aanleiding voor de val van het kabinet-Rutte IV. De coalitiepartijen werden het niet eens over het inperken van gezinshereniging en de invoering van een tweestatusstelsel.
Op 21 april 2026 nam de Eerste Kamer met 41 tegen 34 stemmen de Wet invoering tweestatusstelsel aan. De wet beperkt nareis tot het kerngezin. Ouders van een alleenstaande minderjarige komen alleen nog in aanmerking samen met een minderjarige broer of zus van dat kind. De huisvestings- en inkomenseis gelden volgens de regering niet voor amv's, en een beroep op artikel 8 van het EVRM blijft mogelijk.
Sinds 2022 brengt het WODC jaarlijks incidenten en misdrijven onder bewoners van COA-locaties en tijdelijke gemeentelijke opvanglocaties (tgo's) in kaart. Volgens de editie van juli 2026 verbleven in 2025 in totaal 112.745 mensen enige tijd op zo'n locatie.
De belangrijkste cijfers over 2025:
Ook in de strafrechtelijke afhandeling zijn er verschillen. Het Openbaar Ministerie besloot in 2025 in 59 procent van de zaken tegen COA-bewoners tot dagvaarding (in 2024 bij de algemene bevolking: 41 procent). De rechter bevond de verdachte in 95 procent van de zaken schuldig. Als er straf werd opgelegd, was dat in 72 procent van de gevallen een gevangenisstraf of jeugddetentie; bij de algemene bevolking was dat in 2024 36 procent.
De verdachten zijn ongelijk verdeeld over herkomstgroepen. In 2025 werd 33 procent van de Algerijnse, 31 procent van de Marokkaanse en 25 procent van de Tunesische bewoners verdacht van een misdrijf, tegenover 3 procent van alle bewoners. Het gaat vooral om asielzoekers uit veilige landen met weinig kans op een verblijfsvergunning.
Dat patroon was al eerder zichtbaar:
Ernstige overlast concentreert zich rond de aanmeldlocaties in Ter Apel en Budel, waar veel kansarme asielzoekers verblijven.
Het Rijk zette straatcoaches en extra beveiliging in het winkelgebied van Ter Apel in. In 2024 begon het daarnaast met een schaderegeling voor getroffen ondernemers.
Of een azc de criminaliteit in de directe omgeving verhoogt, is apart onderzocht. Een in 2018 gepubliceerd WODC-onderzoek naar cijfers over 2005, 2010 en 2015 vond daarvoor geen aantoonbaar effect. Rond COA-locaties werden wel iets meer woninginbraken en andere misdrijven geregistreerd, maar volgens de onderzoekers lagen die locaties vaker in sociaal-economisch zwakkere buurten met van zichzelf al meer criminaliteit. NU.nl ging in 2022 langs de dertig gemeenten met de grootste azc's. De meeste daarvan ervoeren weinig of geen overlast; uitzonderingen waren onder meer Budel en Delfzijl.
De presentatie van de cijfers is meermaals omstreden geweest. In mei 2019 bleek na vragen van De Telegraaf dat in de eerste landelijke cijfers over 2018 ernstige delicten onder de categorie 'overige' waren geplaatst. Het ging om in totaal 4600 misdrijven, van wie de categorie 'overige' er duizend omvatte, onder meer 79 zedenmisdrijven en pogingen tot moord of doodslag. Staatssecretaris Mark Harbers noemde dat onbedoeld.
Het WODC tekent bij zijn eigen cijfers aan dat ze niet zijn gecorrigeerd voor de samenstelling van de groep. Onder bewoners van de opvang zijn veel meer jonge mannen dan in de totale bevolking, en bij een correctie zouden de verschillen kleiner worden.
In haar reactie op de WODC-monitor van juli 2026 stelde de regering dat de overlast en criminaliteit van een beperkte groep asielzoekers grote gevolgen heeft voor omwonenden, medewerkers en medebewoners. Daarom kondigde zij een harde aanpak aan:

Tijdens de Europese vluchtelingencrisis liep in Geldermalsen een raadsvergadering over een azc voor 1500 asielzoekers op 16 december 2015 uit op rellen. Demonstranten gooiden vuurwerk en stenen en drongen door de hekken bij het gemeentehuis; agenten losten waarschuwingsschoten. Het was voor het eerst in Nederland dat een raadsvergadering door geweld werd beëindigd. Er werden 44 mensen aangehouden. Een week later trok het college het voorstel in. De burgemeester sprak van een inschattingsfout: de snelheid en omvang van het plan hadden veel weerstand en polarisatie opgeroepen.
In 2025 ontstond een nieuwe golf van protesten. In het voorjaar liepen meerdere demonstraties in Noord-Brabant uit de hand, onder meer in Berlicum en in Uden. Daar moest de Mobiele Eenheid (ME) in april een informatiebijeenkomst van de gemeente Maashorst beëindigen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zag een verband tussen het asielbeleid van het kabinet en de hevigheid van de protesten.
In september 2025 kwam het tot ongeregeldheden in onder meer Doetinchem en Hoofddorp; ook in Nieuwerkerk aan den IJssel stond de ME paraat. Enkele azc's zegden hun open dag af.
Een inventarisatie van Nieuwsuur telde tot half oktober 2025 protesten in ten minste 49 gemeenten. In 21 daarvan waren de plannen aangepast of vertraagd. Gemeenten als Uithoorn en Doetinchem lieten bij raadsvergaderingen over azc's geen pers en publiek meer toe.
Een analyse van de NOS van lokale anti-azc-protesten sinds 1 januari 2025 telde ten minste 34 protesten en 163 aanhoudingen. Van de aangehouden personen van wie de woonplaats bekend was, kwam ruim 40 procent van buiten de gemeente. Landelijke demonstraties, zoals die op het Malieveld in Den Haag in september 2025, vielen buiten deze telling.
Een vervolganalyse van 48 protesten sinds september 2025 liet zien dat de grootste groep demonstranten bestond uit buurtbewoners die hun onvrede over asielopvang uitten. Daarnaast was steeds een klein groepje actievoerders aanwezig, onder wie leden van zogeheten Defend-groepen. De minister van Asiel en Migratie maakte in mei 2026 bekend dat de AIVD onderzoek doet naar georganiseerde acties bij gewelddadige protesten. In Wijk bij Duurstede werden in juni 2026 de ruiten van het gemeentehuis ingegooid.
Na nieuwe gewelddadige demonstraties bij spoednoodopvanglocaties overlegden kabinet en medeoverheden op 18 mei 2026 in het Catshuis. Afgesproken werd dat een ondersteuningsteam van de VNG gemeenten zou helpen bij communicatie, participatie en openbare orde rond nieuwe opvanglocaties.
In september 2026 liepen protesten in Opheusden en Kesteren uit op rellen. De gemeente Neder-Betuwe moet op grond van de Spreidingswet 132 asielzoekers opvangen. In Kesteren hield de politie tien mensen aan, die volgens de politie allemaal uit de regio kwamen. In Rhenen werden bij een protest ruiten van het gemeentehuis vernield. De gemeenteraad stemde dezelfde avond met vijftien tegen drie stemmen in met een voorstel voor asielopvang.

In België is Fedasil, het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers, sinds 2002 verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers en voor een gelijke kwaliteit van die opvang in het hele netwerk. Het agentschap is een instelling van openbaar nut onder de bevoegde minister en coördineert ook de vrijwillige terugkeer van migranten. De opvang bestaat uit collectieve opvang in centra van Fedasil, Rode Kruis-Vlaanderen en de Croix-Rouge, en uit individuele opvang in woningen, onder meer via de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW's). In juli 2026 keurde de federale ministerraad een voorontwerp van wet goed om de opvangwet aan te passen aan de nieuwe Europese Opvangrichtlijn.
Tijdens de vluchtelingencrisis verdubbelde de opvangcapaciteit in het najaar van 2015 van 17.200 naar 33.400 bedden. Het Rode Kruis opende toen in korte tijd twaalf collectieve centra.
Sinds oktober 2021 krijgen niet alle asielzoekers meer een opvangplaats, vooral alleenstaande mannen niet. Vluchtelingenwerk Vlaanderen en andere organisaties telden meer dan 10.000 veroordelingen van de Belgische staat en Fedasil door de arbeidsrechtbank. Fedasil bleef desondanks systematisch opvang weigeren aan alleenstaande mannen.
In 2023 veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens België in de zaak-Camara. Het Hof stelde een systemisch probleem vast en wees op de weigering van de Belgische staat om rechterlijke bevelen tot opvang uit te voeren. De capaciteit van het opvangnetwerk was intussen gestegen tot 35.385 plaatsen op 1 mei 2024.
Het Comité van Ministers van de Raad van Europa volgt de uitvoering van het arrest op. In september 2025 stelde het vast dat de wachtlijst van Fedasil was gedaald van ongeveer 4000 in juni 2024 tot 1814 in juli 2025. Het Comité drong niettemin aan op een duurzame oplossing. Myria en het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens waarschuwden voor de aangekondigde vermindering van de dotatie van Fedasil met 83 procent tegen 2029.
Onder de regering-De Wever begon minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt in 2025 met de afbouw van de opvang. Volgens haar moest opvang menswaardig maar sober zijn. De volgorde die zij aankondigde:
In 2026 werd onder meer de sluiting aangekondigd van de centra in Koksijde (eind oktober 2026) en Boom (eind 2027).
De 'Brussels Deal' van eind 2022 leverde 2000 extra noodopvangplaatsen in Brussel op. In juli 2026 bracht Van Bossuyt dat aantal terug tot 1000; tegen het einde van het jaar wil ze de regeling volledig afbouwen. De opvangorganisaties BelRefugees en Samusocial boden haar in oktober 2026 een petitie met bijna 7900 handtekeningen aan tegen deze besparing.
In november 2019 werd brand gesticht in een leegstaand gebouw in Bilzen dat een opvangcentrum van het Rode Kruis moest worden. Eind oktober hadden daar ongeveer honderd buurtbewoners geprotesteerd. Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers sprak van politieke terreur. Federaal minister Maggie De Block veroordeelde de brandstichting. Zij verklaarde dat Fedasil steeds meer haatberichten ontving, via sociale media maar ook bij protesten van onder meer Vlaams Belang.
Eind januari 2022 betoogden in Sint-Laureins ongeveer 500 mensen tegen een centrum voor zo'n 240 asielzoekers in een voormalig klooster. Het gemeentebestuur zei niet bij het plan te zijn betrokken, wees op het gebrek aan voorzieningen en riep zelf op tot een vreedzaam protest. Deelnemers verklaarden niet tegen opvang van asielzoekers op zich te zijn, maar wel tegen een groot centrum.
Er is ook protest tegen het gebrek aan opvang. Vanaf april 2023 bezetten asielzoekers zonder opvangplaats samen met activisten van Stop the Reception Crisis een gebouw in de Wetstraat in Brussel. Toen de vrederechter de ontruiming beval, gingen eind augustus ongeveer tweehonderd mensen de straat op.