| Roofvliegen | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Roofvlieg (Zosteria-soort) met zweefvlieg als prooi | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Familie | ||||||||||||
| Asilidae | ||||||||||||
| (en) World Register of Marine Species | ||||||||||||
| ||||||||||||
Roofvliegen (Asilidae) zijn een familie van tweevleugeligen met ca. 7100 beschreven soorten.
Alle roofvliegen hebben 3 'bijogen' (ocelli) tussen hun twee facetogen, sterke spinachtige poten en een 'borstelsnor'. De lichaamslengte varieert van 0,3 tot 5 centimeter.
Met hun korte sterke zuigsnuit (proboscis) steken zij hun prooi en spuiten neurotoxische en proteolytische enzymen naar binnen die hun prooi verlammen en hun ingewanden doen verteren. De roofvlieg zuigt vervolgens de vloeibaar geworden inhoud van zijn slachtoffer door de zuigsnuit naar binnen.
De larven leven onder het schors van dode bomen en in verrot hout in bossen en langs de oevers van rivieren en beken. Net als de volwassen dieren leven zij van andere insecten en insectenlarven.
Vaak verorberen de vrouwtjes de mannetjes na of tijdens de paring, zoals bij de hoornaarroofvlieg het geval is.
De volgende geslachten, verdeeld naar onderfamilie, worden in de familie geplaatst: