Astrapotherium

Astrapotherium
Status: Uitgestorven
Fossiel voorkomen: Laat-Oligoceen tot Midden-Mioceen
Astrapotherium
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Onderklasse:Theria
Infraklasse:Eutheria (Placentadieren)
Orde:Astrapotheria
Familie:Astrapotheriidae
Geslacht
Astrapotherium
Burmeister, 1879
  • † A. angustidens Mercerat, 1891
  • † A. columnatum Ameghino, 1891
  • † A. delimitatum Ameghino, 1891
  • † A. giganteum Ameghino, 1891
  • † A. magnum (Owen, 1853)
  • † A. nanum Ameghino, 1891
Schedel van Astrapotherium in het Museo Paleontológico Egidio Feruglio
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Astrapotherium op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Astrapotherium is een geslacht van uitgestorven zoogdieren die leefden van het Laat-Oligoceen tot het Midden-Mioceen.

Naamgeving

Richard Owen benoemde in 1853 de typesoort Nesodon magnus, de "grote". Hermann Burmeister benoemde in 1879 een apart geslacht Astrapotherium, het "bliksembeest" genoemd naar analogie met Brontotherium, het "donderbeest".

Beschrijving

Deze dieren hadden een langwerpig, laag lichaam met een normale hals, zodat de korte kop de grond gemakkelijk kon bereiken. Deze kop had een door luchtholten gevormde welving over het voorhoofd. De rug en de poten waren te zwak gebouwd voor een leven op het land. Zowel de achterpoten en de voeten van deze zoolganger waren erg klein. Derhalve werd verondersteld, dat dit dier het grootste gedeelte van zijn tijd in het ondiepe water doorbracht. Latere berekeningen toonden aan dat de voorpoten sterk genoeg waren het gewicht op land te dragen, zeker als het gewicht niet te overdreven hoog wordt ingeschat op zo'n anderhalve ton bij een lengte van een kleine drie meter.

Bestand:Astrapotherium FMNH.jpg
Het skelet

De levenslang doorgroeiende hoektanden vormden vier slagtanden, waarvan het grootste bovenste paar rustte tegen het onderste paar. De onderkaak was bezet met brede, naar voren staande snijtanden, die waarschijnlijk tegen een hoornig kussen in de bovenkaak drukten.

Of deze dieren een slurf hadden is niet geheel duidelijk. Ze hadden in elk geval korte neusbeenderen en neusgaten boven op de schedel, zodat de aanwezigheid van een slurf mogelijk was, maar van de andere kant vraagt men zich af of de aanwezigheid van een slurf wel noodzakelijk was.

Levenswijze

Dit dier leidde een aquatisch leven in ondiepe wateren, waarin het op zoek ging naar voedsel zoals waterplanten.

Vondsten

Resten van dit dier werden gevonden in Argentinië, onder meer in de Sarmiento-formatie in Chubut.

Fylogenie

Eoastrapostylops