Het Atjehs valt onder de Malayo-Polynesische talen en wordt in één subgroep ingedeeld met de Malayo-Chamische talen, waaronder het Maleis, dit in tegenstelling tot het Javaans en andere grote volkstalen in Indonesië, die verder van het Maleis verwijderd zijn.
Toch zijn de verschillen met het Maleis aanzienlijk. Naast een groot aantal Atjehse woorden die geen cognaten hebben in het Maleis kent het Atjehs een aantal klinkers die in het Maleis onbekend zijn of als allofonen van dezelfde klinker worden behandeld. Zo onderscheidt het Atjehs e, è en é alsmede o en ô (Maleis alleen e en o) en kent het de klanken ë en ö.
Veruit de meeste Atjeeërs spreken en verstaan ook Maleisisch en Indonesisch, de talen die in Maleisië en Indonesië als lingua franca gebruikt worden. In het op culturele onafhankelijkheid gebrande Atjeh geniet het Atjehs echter wel officiële status.
Het Atjehs kent zeker 10 dialecten: Pasè, Peusangan, Matang, Pidië, Buëng, Banda, Daya, Meulabôh, Seunagan en Tunong. Het onderzoek naar de Atjehse dialecten is nog niet compleet.