| Vorming van eupolyploïden en diploïdisatie | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| directe vooroudersoort Z met diploïde genoom: ZZ | ||||||
| ↙ | ↘ | |||||
| Soortvorming (speciatie) | ||||||
| ↙ | ↘ | |||||
| diploïde soort A genoom: AA |
diploïde soort B genoom: BB | |||||
| ↙ | ↓ | ↘ | ↙ | ↓ | ||
| . . |
autopolyploïdie (een mutatie) |
bastaardering (hybridisatie) |
autopolyploïdie (een mutatie) | |||
| ↓ | ↓ | ↓ | ↓ | |||
| . . |
autotetraploïde AAAA |
hybride A×B AB |
autotetraploïde BBBB | |||
| ↘ | ↓ | ↓ | ↓ | |||
| bastaardering (hybridisatie) |
hybridogene polyploïdisatie (alloploïdie) |
. . | ||||
| ↓ | ↓ | ↓ | ||||
| triploïde soort A genoom: AAA |
amfidiploïde soort AB AABB |
. . | ||||
| ↓ | ↓ | ↓ | ||||
| fractionering & diploïdisatie |
fractionering & diploïdisatie |
fractionering & diploïdisatie | ||||
| ↓ | ↓ | ↓ | ||||
| diploïde soort A genoom: AA |
diploïde soort AB genoom: AB |
diploïde soort B genoom: BB | ||||
|
Lees het schema van boven naar beneden | ||||||
Autoploïde is een gemuteerd genoom waarbij alle chromosomen van dezelfde herkomst zijn, bijvoorbeeld van dezelfde plant. Dit in tegenstelling tot alloploïdie, waarbij niet alle chromosomen van dezelfde herkomst zijn, dus een deel van de chromosomen van de ene soort, en een deel van een andere. Auto(poly)ploïdie en allo(poly)ploïdie zijn genoommutaties. Autoploïde treedt veel op bij planten.
Een autoploïde tetraploïde plant wordt een autotetraploïde genoemd. Er zijn ook autotriploïde, autohexaploïde en autooctoploïde planten: de aardappel is een autotetraploïd en heeft 2n = 48 chromosomen en ook arabica koffie (Coffea arabica) is autotetraploïd.
In de plantenteelt is gebleken dat autopolyploïden wat slechter groeien en minder vruchtbaar zijn. De pollenbuis groeit ook langzamer dan bij diploïden (certatie).
Autopolyploïden kunnen spontaan ontstaan of kunstmatig met behulp van colchicine geïnduceerd worden. In de landbouw hebben polyploïden voordelen omdat de oogstbare organen groter uitgroeien.