Biomedical Primate Research Centre | ||
|---|---|---|
| Locatie | ||
| Land | ||
| Hoofdlocatie | Rijswijk | |
| Activiteiten en ideologie | ||
| Doel | biomedisch en pre-klinisch onderzoek naar ziektes die de menselijke gezondheid bedreigen | |
| Status en tijdlijn | ||
| Opgericht | 1994 | |
| Organisatiestructuur | ||
| Directeur | Merel Langelaar | |
| Tijdschrift en links | ||
| Website | link | |
Het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) is een wetenschappelijk instituut, gevestigd in de Nederlandse plaats Rijswijk (Zuid-Holland). Het is het grootste onderzoekscentrum van primaten in Europa en opvolger van het in 1994 zelfstandig gemaakte TNO Primatencentrum. Er wordt, met gebruik van proefdieren, biomedisch onderzoek gedaan naar ziekten en aandoeningen. Daaronder zijn de ziekte van Parkinson, de ziekte van Alzheimer, aids, malaria en tuberculose. Ook post-infectieaandoeningen zoals long-covid worden bestudeerd. Het centrum wordt voornamelijk gefinancierd door de Nederlandse Rijksoverheid.
Het instituut draagt bij aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, vaccins en behandelmethoden door gebruik te maken van uiteenlopende onderzoeksmethoden, proefdieronderzoek, maar ook proefdiervrije modellen. De organisatie streeft naar het verminderen van dierproeven door het ontwikkelen van alternatieven en noemt hierbij 'vermindering', 'verfijning' en 'vervanging' als leidraad.
Het BPRC beheert de grootste primatenbiobank van Europa en werkt aan de ontwikkeling van proefdiervrije onderzoeksmethoden. Verder worden in het kader van het proefdierenwelzijn de ethische en wettelijke kaders gerespecteerd.
Het onderzoek van het BPRC richt zich op biomedische vraagstukken. Het instituut doet onder meer onderzoek naar infectieziekten zoals aids, malaria, tuberculose en virale luchtweginfecties, evenals naar neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson en de ziekte van Alzheimer. Daarnaast wordt onderzoek verricht naar immunologische processen, waaronder transplantaatafstoting en de ontwikkeling van nieuwe vaccins en behandelmethoden.
Een deel van het onderzoek richt zich op het functioneren van het immuunsysteem en het zenuwstelsel. Omdat niet-menselijke primaten op deze gebieden biologische overeenkomsten vertonen met mensen, worden zij in sommige onderzoeksprojecten ingezet wanneer andere modellen onvoldoende informatie bieden. Daarnaast ontwikkelt het BPRC proefdiervrije onderzoeksmethoden, waaronder geavanceerde celmodellen, en computermodellen.
Het instituut heeft bijgedragen aan onderzoek dat relevant was voor de ontwikkeling van vaccins, transplantatiegeneeskunde en behandelingen voor neurologische aandoeningen. Volgens directeur Merel Langelaar blijft onderzoek met proefdieren noodzakelijk. Het BPRC verricht geen onderzoek voor de ontwikkeling van cosmetica, recreatieve drugs of wapens. Dergelijk onderzoek met proefdieren is in Nederland wettelijk verboden.
Het BPRC beheert de grootste primatenbiobank van Europa. Een biobank is een verzameling van biologisch materiaal, zoals bloed of weefsel, dat wordt bewaard voor wetenschappelijk onderzoek Het is een onderzoeksvoorziening die van grote waarde is voor de internationale wetenschappelijke gemeenschap. In deze biobanken worden zorgvuldig opgeslagen biologische materialen verzameld die essentieel zijn voor het bestuderen van complexe ziekten en het ontwikkelen van nieuwe behandelingen.
BPRC beheert verschillende biobanken voor wetenschappelijk onderzoek, waaronder een weefselbank (weefselmonsters), organoidbank (mini-organen), hersenbank (hersenweefsel), DNA-bank (genetisch materiaal) en bloedbank (bloedmonsters).
Door gegevens en/of materiaal beschikbaar te stellen aan onderzoekers draagt het BPRC bij aan biomedisch onderzoek naar infectieziekten, neurologische aandoeningen en immuunstoornissen. De biobank helpt om onderzoek efficiënter uit te voeren en het gebruik van proefdieren te verminderen.
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek bij het BPRC is proefdierwelzijn. Om dit dierenwelzijn te bewaken beschikt het BPRC over een eigen team van dierenartsen, proefdierverzorgers en biotechnici dat verantwoordelijk is voor de gezondheid en het welzijn van de dieren. Zij monitoren de dieren dagelijks en voeren regelmatig gezondheidscontroles uit om eventuele gezondheidsproblemen vroegtijdig te signaleren. Daarbij wordt zowel aandacht besteed aan individuele dieren als aan het welzijn van de sociale groepen waarin de dieren leven.
Om het welzijn van de apen verder te bevorderen, besteedt het BPRC veel aandacht aan omgevingsverrijking. De dieren krijgen regelmatig uitdagende materialen en voerpuzzels aangeboden die natuurlijk gedrag, zoals klimmen, spelen, onderzoeken en foerageren, stimuleren. Deze verrijking draagt bij aan zowel het fysieke als mentale welzijn van de dieren en helpt hen actief en nieuwsgierig te blijven in hun leefomgeving.
In juni 2026 huisvestte het BPRC zo'n 960 dieren van twee verschillende soorten: resusapen en Java-apen. De afgelopen jaren is het aantal dierproeven flink gedaald, van zo'n 300 dierproeven in 2017 tot maximaal 150 de laatste jaren .
In het najaar van 2003 kondigde de Nederlandse overheid een wettelijk verbod af op het gebruik van mensapen als proefdieren bij biomedisch onderzoek. Voor de chimpansees die werden gehouden bij het Biomedical Primate Research Centre mochten niet meer voor proeven gebruikt worden. De chimpansees zijn uiteindelijk herplaatst bij Stichting Aap in Almere en Safaripark Beekse Bergen.