Barbara Harrisson

Barbara Harrisson
Harrisson in 1995
Harrisson in 1995
Algemene informatie
Volledige naam Barbara Veronika Gertrud Maria Elisabeth Güttler
Geboren 20 mei 1922
Reichenstein
Overleden 26 december 2015
Jelsum
Nationaliteit Vlag van Duitsland Duitsland
Beroep Kunsthistoricus, museumdirecteur
Familie
Partner Tom Harrisson (1956; 1970), Eberhard F. BrünigBewerken op Wikidata
Vader Gerhart Güttler
Portaal  Portaalicoon   Geschiedenis
Prinses Beatrix koopt een zilveren aapje van Barbara Harrisson (1971)
Martavaan van Borneo. De pot was een gift aan Barbara Harrisson, die zij op haar beurt schonk aan het Princessehof.

Barbara Harrisson, geboren Barbara Veronika Gertrud Maria Elisabeth Güttler (Reichenstein, 20 mei 1922 – Jelsum, 26 december 2015) was een Duits-Brits kunsthistoricus, die daarnaast een bijdrage leverde aan wetenschappelijk onderzoek op het gebied van primatologie, archeologie en antropologie. Ze was tien jaar lang directeur van het Nederlands Keramiekmuseum Princessehof.

Leven en werk

Barbara Güttler werd geboren in een welgesteld gezin als dochter van Gerhart Güttler (1889–1966) en Clara Haselbach (1897–1972). Ze werd geboren in Reichenstein (Neder-Silezië), destijds onderdeel van de vrijstaat Pruisen, nu bekend als de stad Złoty Stok in Polen. In 1926 verhuisde het gezin naar Berlijn. Vader was eigenaar van een arsenicumfabriek en een goudmijn. Na de beurskrach van 1929 verkocht hij een deel van zijn kunstverzameling voor de bekostiging van de studie van de kinderen. Barbara Güttler studeerde kunstgeschiedenis in Berlijn, tot ze tijdens de Tweede Wereldoorlog werd opgeroepen voor militaire dienst. Ze kwam terecht bij de militaire inlichtingendienst in bezet Parijs en werkte later als telefoniste aan het Oostfront. Na de oorlog wist ze naar West-Duitsland te komen en werkte ze als secretaresse en tolk in Frankfurt am Main.

In 1951 trouwde Güttler met Eberhard Brünig (1926-2024). Ze verhuisden in 1954 naar Borneo, nadat hij een aanstelling kreeg als assistent-bosbeheerder in de Britse kroonkolonie Sarawak. Ze leerde er Tom Harrisson (1911-1976) kennen, curator van het Sarawak Museum. Na haar scheiding van Brünig hertrouwde Güttler in 1956 met Harrisson en nam diens naam aan. Ze kreeg de leiding over opgravingen bij de grotten van Niah, waarbij onder meer prehistorische grotschilderingen en een ca. 40.000 jaar oude menselijke schedel werden ontdekt.

Barbara Harrisson bestudeerde op Borneo ook het gedrag van orang-oetans in gevangenschap en in het wild en publiceerde daar in 1962 het boek Orang-utan over. Ze ving apen op die van stropers en smokkelaars in beslag waren genomen, met het doel ze later weer uit te zetten. Een aantal van deze apen werd in 1964 door Artis aangekocht.

Nadat Tom Harrisson in 1967 een aanstelling kreeg aan de Cornell-universiteit in Ithaca, verhuisde het echtpaar naar de Verenigde Staten. Barbara deed promotie-onderzoek naar steengoed potten op Borneo en had daarover onder meer contact met het museum Princessehof in Leeuwarden. Kort voor ze in 1969 promoveerde, verliet Tom Harrisson haar voor de Belgische beeldhouwster Madeleine Christine Forani. Na scheiding bleef Barbara de achternaam Harrisson voeren. Ze nam de lessen van haar man aan de Cornell-universiteit over.

Barbara Harrisson deed in opdracht van de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources onderzoek naar dierenhandel in Europa. In het kader daarvan deed ze in 1971 ook Nederland aan. Tijdens haar bezoek verkocht ze namens het Wereld Natuurfonds (WNF) een zilveren aapje aan prinses Beatrix. De actie van het WNF was gericht op het behoud van orang-oetans op Noord-Sumatra. In 1973 ontving Barbara Harrisson een eredoctoraat van de Tulane University voor haar onderzoek naar apen.

In de periode 1972-1974 volgde Harrisson alsnog een universitaire opleiding als kunsthistoricus. In 1984 promoveerde ze, haar proefschrift werd in 1986 uitgebracht onder de titel Pusaka, heirloom jars of Borneo. Ondertussen was ze vanaf 1975 hoogleraar aan de Universiteit van West-Australië, ze richtte er het Department for Southeast Asian Studies op. Tijdens haar onderzoek was ze in aanraking gekomen met Jaap Romijn, directeur van het museum Princessehof. Toen zijn pensioen naderde, polste hij Harrisson of zij geïnteresseerd was in zijn functie. Zij solliciteerde en volgde hem in 1977 op. Ze organiseerde er diverse tentoonstellingen in het Princessehof en publiceerde over Chinese exportkeramiek. In 1987 ging ze als directeur met pensioen, dankzij een gift van de J. Paul Getty Foundation werkte zij daarna nog aan een wetenschappelijke catalogus van de Aziatische collectie van het keramiekmuseum. Harrisson bleef in Friesland wonen, ze schreef in haar laatste jaren haar memoires.

Barbara Harrisson overleed op 93-jarige leeftijd.

Publicaties

Zie de categorie Barbara Harrisson van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.