Hij was zoon van meubelmaker en kunstschilder (van bloemen en Brugge) Willem Giltay en Frouwke Edens en een broer van kunstschilder Frits Giltay. Hij trouwde in 1939 met Anna Auguste Elsbeth (Els) Schiedeck. Hij woonde enige tijd in Duitsland, waar ook zijn vioolconcert tot stand kwam.
Zijn muzikale opleiding kreeg hij van Dick Waleson (viool en altviool), Tom Andriessen (muziektheorie) en Henk Badings (contrapunt). Het componeren bracht hij zichzelf bij. Wel studeerde hij nog elektronische muziek aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Zijn composities werden beschouwd als zijnde verlaat romantiek met dito orkestratie, klankkleur en klankwarmte.
Hij speelde van september 1951 jarenlang (alt)viool in het Utrechts Symfonie Orkest (of naamvarianten daarvan). Op 20 maart 1975 werd hij bij zijn voettocht naar huis uit Tivoli, waar hij meespeelde in de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach, op de Maliesingel geschept door een politie-auto en overleed vrijwel direct. Een tweede Concert voor orkest werd daardoor niet voltooid.
Kurucz változatok (1965/1966, voor het Omroeporkest en Henk Spruit)
Concert voor twee violen en orkest (1967, première op 15 januari 1968; verscheen in op elpee in een uitvoering door Bouw Lemkes, Jeanne Lempkes-Vos (aan wie het is opgedragen) en het USO onder leiding van Paul Hupperts; klinkt richting Béla Bartók)
Divertimento en elegie voor fluitensemble (1970 voor amateur musici)
Symfonische variaties voor jeugdorkest (1970)
Gosauer symfonie (1972, gecomponeerd in Gosau, geïnspireerd door Anton Bruckner, première door het USO onder leiding van David Zinman); delen Allegro-Scherzo-Larghetto-Finale; besteld door Cultuurfonds van BUMA en mogelijk gemaakt door een rijksstipendium
Kosmochromie (1971, voor orkest en vier geluidsboxen)
Vier miniaturen voor viool, klarinet en piano (1972)
Polychromie II voor vier fluiten/fluitachtigen met toonband