Beth Moshe (Hebreeuws voor „Huis van Mozes”) is de gebruikelijke naam voor een Sefardische joodse gemeente en haar synagoge van de Portugese ritus aan de Hoveniersstraat 31 in Antwerpen. De gemeente wordt ook aangeduid als de Israëlitische Sefardische Gemeente van Antwerpen. De huidige synagoge werd ontworpen door de Antwerpse architect Joseph de Lange en op 8 mei 1913 ingewijd. Het gebouw is opgenomen in de Vlaamse inventaris van het vastgesteld bouwkundig erfgoed.
De gemeente die de synagoge liet bouwen, bestond uit Sefardische Joden van voornamelijk Ottomaanse, Turkse en Portugese herkomst. Zij beschikte vanaf 1896 over een eigen synagoge in Antwerpen en werd bij koninklijk besluit van 7 februari 1910 officieel erkend.
Historisch onderzoek naar de Antwerpse Oost-Sefardische gemeenschap wijst erop dat de meerderheid van haar leden niet rechtstreeks vanuit het Iberisch Schiereiland naar Antwerpen kwam. Het merendeel migreerde tussen ongeveer 1880 en 1910 vanuit Istanbul naar de stad. Deze migranten maakten deel uit van de Oost-Sefardische diaspora, die na de verdrijving van Joden uit Spanje en Portugal in het Ottomaanse Rijk was ontstaan.
Onder de eerste migranten bevonden zich verschillende diamanthandelaars. Hun komst viel samen met een heropleving van de Antwerpse diamantnijverheid en -handel. Antwerpen fungeerde voor een deel van hen als uitvalsbasis voor internationale handelscontacten, onder andere met Brits-Indië. De gemeenschap groeide vervolgens uit tot enkele honderden leden. Vanaf het begin van de twintigste eeuw werd zij sociaal diverser door de komst van minder vermogende Oost-Sefardische migranten.
Joseph de Lange maakte eind 1910 het ontwerp voor een nieuwe synagoge in neoromaanse stijl. In 1911 schonken de handelaars Galimidi, Montia, Misrahi, Salti en Benhaïm een bouwterrein aan de Hoveniersstraat. Nadat de bouw bij koninklijk besluit van 30 april 1912 was toegestaan, werden de werkzaamheden op 20 mei 1912 openbaar aanbesteed. De Antwerpse aannemer Eugène De Reydt kreeg de opdracht voor een bedrag van 44.185 Belgische frank.
De synagoge werd op 8 mei 1913 ingewijd. Zij lag midden in de Antwerpse diamantwijk, waar een aanzienlijk deel van de leden woonde of werkzaam was. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vertrokken verscheidene leden tijdelijk uit Antwerpen. In de daaropvolgende periode veranderde de samenstelling van de gemeente verder, onder meer door het vertrek van enkele vooraanstaande diamanthandelaars en de komst van nieuwe migranten.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de synagoge gesloten, beschadigd en geplunderd. Na de oorlog werd het gebouw hersteld. In 1946 werd de synagoge opnieuw voor de eredienst geopend.
Op 20 oktober 1981 ontplofte een bomauto voor de synagoge. Bij de bomaanslag vielen drie doden en meer dan honderd gewonden. Ook de synagoge liep aanzienlijke schade op.
Het gebouw werd na de aanslag hersteld onder leiding van architect Luc Denies. De glaskunstenaar Edward Leibovitz ontwierp nieuwe glas-in-loodramen voor de voorgevel en de bovenlichten van de gebedsruimte. Aan de voorzijde van de synagoge werd een marmeren gedenkplaat voor de aanslag aangebracht.
De historische leden van de gemeente beschouwden zichzelf als Oost-Sefardisch. In de periode 1880–1939 benadrukten zij volgens historisch onderzoek zowel hun Sefardische herkomst als hun verschillen met de overwegend Asjkenazische gemeenten in Antwerpen. Zij identificeerden zich daarbij niet met de West-Sefardische gemeenschappen in andere West-Europese steden.
De erediensten in Beth Moshe volgen de Sefardische of Portugese ritus. Volgens de Stad Antwerpen is de Portugese aanwezigheid binnen de gemeente in de loop van de tijd afgenomen, terwijl de Sefardische liturgische traditie behouden bleef.