

Het blastoderm is een enkele cellaag embryonaal epitheelweefsel van de blastula, die de wand van de blastula vormt. Het omsluit de met vloeistof gevulde blastocoel.
Aan de rand van het blastoderm vindt de actieve migratie van de meeste cellen plaats.
Na de bevruchting ondergaat de zygote snelle opeenvolgende klievingen en ontstaan de zogenaamde blastomeren. Na 16-32 cellen ontstaat de morula. De klievingen gaan door totdat er 64 cellen zijn gevormd. Op dit moment, net vóór de gastrulatie wordt de zygote beschouwd als een blastula, bestaande uit een enkele laag cellen, het blastoderm, die een centrale holte omringt die gevuld is met vloeistof, de blastocoel. Uit het blastoderm ontstaan de primaire kiembladen.
Er zijn vier soorten blastoderm: het embryonale blastoderm, het extra-embryonale blastoderm, het tweelagige blastoderm en het drielagige blastoderm. Het tweelagige blastoderm en het drielagige blastoderm worden de kiemschijf genoemd.