
Het geslacht Boch (sinds 1892 ook: von Boch en sinds 1907 ook: von Boch-Galhau) is een Duits geslacht waarvan de stamvader de grondslag vormde voor het in 1748 opgerichte porseleinbedrijf Villeroy & Boch en waarvan telgen anno 2021 nog steeds aan het bedrijf verbonden waren (net als telgen uit het Franse geslacht Villeroy de Galhau).[bron?]
De bewezen stamreeks begint met François Boch (1700-1754) die koopman was te Deutsch-Oth in Lotharingen. Hij stichtte in 1748 de firma Jean-François Boch et Frères. Zijn kleinzoon Jean-François Boch (1782-1858) zorgde mede voor de fusie met het bedrijf van Nicolas Villeroy (1759-1843) tot de anno 2021 nog bestaande firma Villeroy & Boch. Een zoon van de laatste, Eugen Boch (1809-1898), werd vlak na zijn 50-jarig huwelijksfeest met de erfgename Octavie Villeroy (1823-1899) in 1892 verheven in de Pruisische adel en verkreeg zo het adelsparticuul von. Een zoon van de laatste, René von Boch (1843-1908), verkreeg bij Pruisisch Koninklijk Besluit wapenvereniging met Galhau en naamswijziging tot von Boch-Galhau. Telgen uit het geslacht zijn anno 2020 nog immer (groot)aandeelhouders in de familiebedrijven.
Tot de niet geadelde tak behoren de Belgische kunstenaars Anna Boch (1848-1936) en Eugène Boch (1855-1941).
Telgen bleven gevestigd rond de Moezel in Lotharingen, zowel in het Duitse als Franse gedeelte. Ze trouwden veelvuldig met andere Duitse edellieden, tot aan de hoge adel toe, zoals Von Waldburg en Zu Solms. Ze bewoonden en bewonen bovendien adellijke huizen en kastelen. Verscheidene telgen ontvingen hoge Duitse onderscheidingen.