De Bourgondische buit (Duits: Burgunderbeute) was een kwalitatief hoogstaande kunstverzameling die Karel de Stoute in 1476 aan de Zwitserse Eedgenoten verloor na de Slag bij Grandson. De objecten die werden buitgemaakt tijdens de slag bij Murten en dan uiteindelijk bij de Slag bij Nancy waren veel beperkter in aantal en kwaliteit, maar worden ook tot de 'Bourgondische buit' gerekend. Gedeelten van deze kunstschatten zijn te bezichtigen in verschillende Zwitserse musea.
De Eedgenoten wilden hun invloedssfeer naar het westen uitbreiden en kwamen daar eerst de Habsburgers, en nadien de Bourgondische hertog Karel de Stoute tegen. Ze deden er alles aan om vreemde inmenging tussen Alpen en Rijn zo veel mogelijk af te wenden. Conflicten waren onafwendbaar.
De concrete aanleiding tot een gewapend treffen kwam toen Zwitserse milities op 30 april 1475 Grandson hadden ingenomen. Dit behoorde echter tot de bezittingen van Karels vazal Lodewijk II van Chalon-Arlay. Door de bezetting van het Waadtland (kanton Vaud) werd Karels rechtstreekse verbindingslijn met Italië - van waaruit hij sinds enige tijd huurlingen ronselde om zijn beroepsleger te ondersteunen - verbroken. In januari 1476 trok Karel naar het Meer van Neuchâtel om met de Zwitsers af te rekenen, zodat hij in één klap het hele Eedgenoten-gebied in zijn Bourgondische rijk kon opnemen. Nadat Karels leger onverwacht in paniek geraakte en de vlucht nam, stortten de Eedgenoten zich op een van de rijkste oorlogsbuiten uit de militaire geschiedenis: attributen van Karels hofhouding.
De kroniekschrijver Filips van Komen zegt hierover:
"De Zwitsers namen zijn kamp in beslag, zijn geweren en alle zeer talrijke tenten en paviljoens van de hertog en zijn mannen, alsmede een enorme hoeveelheid andere goederen. De grootste diamant van de hertog, een van de grootste in het Christendom, met een parelmoeren hanger, werd door een Zwitser opgeraapt, teruggelegd in zijn doos en onder een kar geworpen. Toen kwam hij terug om hem te zoeken en bood hem aan een priester aan voor een florijn. Deze stuurde het naar de leiders die hem er drie francs voor gaven. Zij verwierven ook de identieke robijnen die bekend staan als de Drie Broers, een andere robijn die de Hotte werd genoemd, en een andere die de Bal van Vlaanderen werd genoemd, die een van de grootste en mooiste was die ooit zijn gevonden, evenals andere onbetaalbare schatten die hen sindsdien hebben geleerd wat geld waard is".

Vlaggen en wapens, evenals enkele pronkstukken uit het persoonlijke bezit van de hertog, werden door de overwinnaars beschouwd als gemeenschappelijke buit die verdeeld moest worden. De stukken werden naar Luzern overgebracht en daar in de watertoren bewaard tot de deling. De zware artillerie werd niet naar Luzern gebracht omdat dit te moeilijk was met de slechte toestand van de wegen; ze werden in het naburige Nidau onder de overwinnaars verdeeld.
Een indruk van de buit wordt gegeven door de afbeeldingen die door de ooggetuige Diebold Schilling de Jonge is ingevoegd in zijn handgeschreven Luzerner Kroniek van 1513:
"In de torenkamer, links, twee vlaggen met Bourgondische emblemen, een met hermelijn gevoerde mantel van goudbrokaat, de vergulde troon, op tafel het grote en een kleiner staatszegel, de rozenkrans van Karel, een draagbaar altaar, verguld tafelgerei, alsmede op de vloer het zwaard van de hertog en een juweel met twee parels."
Alleen het geld dat werd betaald voor de buit die tijdens de verdeling werd verkocht, kon onbetwist worden doorgegeven aan degenen die bij de gevechten betrokken waren. De rest van de buit verdween op allerlei manieren. Handelaren zwierven door het land en boden verzamelde buit te koop aan. Achter de rug van de autoriteiten bloeide een hardnekkige zwarte markt.
Een goed overzicht van de thans nog bestaande roofgoederen bood de tentoonstelling die het Bernisches Historisches Museum in 1969 organiseerde. De tentoonstellingscatalogus beschrijft, inventariseert en reproduceert gedeeltelijk alle voorwerpen die voor deze tentoonstelling uit heel Europa bijeengebracht konden worden.



Naast de pronkzucht van de Bourgondische hertogen kunnen bijkomend nog andere argumenten aangehaald worden :