| Karel Bořivoj Presl | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||||
| Geboortedatum | 17 februari 1794 | |||
| Geboorteplaats | Praag | |||
| Overlijdensdatum | 2 oktober 1852 | |||
| Overlijdensplaats | Praag | |||
| Academische achtergrond | ||||
| Alma mater | Karelsuniversiteit Praag | |||
| Standaardafkorting | C.Presl | |||
| Wetenschappelijk werk | ||||
| Vakgebied | plantkunde | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Pruisische Academie van Wetenschappen, Duitse Academie der Wetenschappen Leopoldina | |||
| ||||

Karel Bořivoj Presl (Praag, 17 februari 1794 - Praag, 2 oktober 1852) (ook wel Carl of Karl), was een Tsjechisch arts en botanicus. Hij is vooral bekend om zijn taxonomisch werk en studies rond Pteropsida (varens).
Presl studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Praag en promoveerde in 1818 tot doctor in de geneeskunde. Hij deed dit met een proefschrift over Siciliaanse grassen, het resultaat van een studiereis door Italië en Sicilië in 1817.
Tussen 1819 en 1821 was hij werkzaam als geneeskundig assistent aan de Universiteit van Praag, waar hij ook het naturaliënkabinet beheerde. Hij startte er met de organisatie en inventarisatie van de zoölogische en botanische verzameling van het pas opgerichte Nationaal Museum, waarvan hij in 1823 tot conservator werd benoemd.
In 1832 werd hij aan de Universiteit van Praag aangesteld als hoogleraar in de plantkunde, en in 1838 als hoogleraar in de natuurkunde. In 1835 liet hij de zoölogische verzamelingen van het museum over aan Corda en beperkte zich tot 1846 tot de botanische en paleobotanische afdeling.
Zijn oudere broer Jan Svatopluk Presl (1791-1849) was in die tijd eveneens een bekend botanicus. Samen met hem schreef hij in 1820 zijn meest bekende werk: Flora Bohemica.
Opiz vernoemde het geslacht Preslia uit de lipbloemenfamilie naar hem.