Challenge-handshake authentication protocol

CHAP of Challenge-Handshake Authentication Protocol is een wijd verspreide verificatiemethode waarbij een representatie van het wachtwoord van de gebruiker, in plaats van het wachtwoord zelf, verzonden wordt tijdens het verificatieproces.

Het protocol wordt beschreven in het RFC 1994: PPP Challenge Handshake Authentication Protocol (CHAP).

Algemeen

Het Challenge-Handshake Authentication Protocol wordt gebruikt door Point to Point Protocol (PPP) servers voor het periodiek verifiëren van de identiteit van de supplicant (client computer). Hiervoor wordt gebruikgemaakt van een driewegshandshakeschema. De verificatie gebeurt juist na het initialiseren van de datalink, en kan daarna herhaald worden op elk ander tijdstip. De verificatie is gebaseerd op een gedeeld geheim, zoals het wachtwoord van de gebruiker. Dit wachtwoord is zowel gekend door de supplicant als door de authenticator.

  1. De authenticator stuurt een challenge message naar de supplicant (de computer van de client).
  2. De supplicant stuurt als antwoord een waarde berekend aan de hand van een one-way hashfunctie (zoals een MD5 checksum hash) in combinatie met een geheim (wachtwoord). Een one-way hashfunctie is makkelijk te berekenen maar moeilijk om te keren.
  3. De authenticator vergelijkt de ontvangen waarde met zijn eigen berekende waarde. Als deze twee waarden overeenkomen, wordt de verificatie bevestigd en wordt de supplicant tot het netwerk toegelaten. Indien dit niet het geval is, moet de verbinding verbroken worden.
  4. Op willekeurige tijdstippen zal de authenticator een nieuwe challenge sturen en worden stappen 1 tot 3 herhaald.

CHAP is doorgaans veiliger dan het Password Authentication Protocol (PAP) omdat bij CHAP, in tegenstelling tot PAP, het wachtwoord en de gebruikersnaam niet als een gewone tekst over het netwerk worden verzonden.

Microsoft heeft zijn eigen versie van CHAP namelijk MS-CHAP en de latere versie MS-CHAP v2.

Voorwaarden

Zie ook

Referenties