| Slanke kapucijnapen | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Witschouderkapucijnaap (Cebus capucinus) | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||
| Cebus Erxleben, 1777 | ||||||||||||
| Typesoort | ||||||||||||
| Simia capucina Linnaeus, 1758 | ||||||||||||
| ||||||||||||
De slanke kapucijnapen (Cebus) vormen een geslacht van dagactieve breedneusapen. De wetenschappelijke naam van het geslacht werd in 1777 gepubliceerd door Johann Christian Polycarp Erxleben. De slanke kapucijnapen zijn nauw verwant aan de robuuste kapucijnapen (Sapajus).
Slanke kapucijnapen komen voor in Latijns-Amerika, van Noord-Brazilië tot Belize en Honduras, van zeeniveau tot een hoogte van 2500 meter.
Kapucijnapen worden behoorlijk oud in vergelijking met andere zoogdieren van dezelfde grootte, ongeveer 44 jaar in gevangenschap, maar in het wild ongeveer 40 jaar oud. Een witschouderkapucijnaap is 55 jaar oud geworden.
Er worden vier soorten tot dit geslacht gerekend.
Sommige onderzoekers beschouwen alle ondersoorten, behalve Cebus capucinus curtus, als aparte soorten vormen op basis van genetica.