| Knikkende distel | ||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||||||
| Carduus nutans L. (1753) | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
Knikkende distel (Carduus nutans) is een plantensoort uit de composietenfamilie (Asteraceae).
De Nederlandse triviale naam wordt ontleend aan het feit dat de bloemhoofdjes knikken.
Knikkende distel is een kruidachtige plant die een hoogste kan bereiken van 0,3–2 m. Ze vormt stekelige stengels die ongevleugeld zijn. De bladeren zijn aan de bovenkant kaal en glanzend en aan de onderzijde behaard. De plant bloeit in Nederland in juli en augustus met 2–8 cm brede, roodpaarse, knikkende bloemhoofdjes. Een bloemhoofdje bestaat uit meer dan honderd zoet geurende bloempjes. De nectar stijgt in de 1 cm lange kroonbuis op. De kleverige vrucht is een nootje met hygroscopisch vruchtpluis. De vrucht is rijk aan olie.
De plant komt voor op droge tot matig vochtige kalkrijke gronden. Vooral hommels met een lange tong en vlinders bezoeken de bloemen. Zweefvliegen gebruiken het stuifmeel als voedsel. De zaadverspreiding vindt door zowel de wind plaats als ornithochoraal (vooral door putters) en myrmecochoraal door de aanwezigheid van een mierenbroodje.
In de syntaxonomie staat knikkende distel te boek als kensoort voor de kweekdravik-associatie.
In Nederland komt de soort vrij algemeen voor in de kuststreek van Noord-Holland en Zuid-Holland en is vrij zeldzaam in Zeeland en Zuid-Limburg.