| Slangenkopvissen | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Channa orientalis | ||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Familie | ||||||||||||||||||
| Channidae | ||||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
De slangenkopvissen (Channidae) vormen een familie van baarsachtige zoetwatervissen. Het is de enige familie binnen de onderorde Channoidei.
Deze roofvissen hebben als kenmerk een lange rugvin, een kleine kop en een grote bek met tanden. Ze zijn in staat tot het opnemen van lucht buiten het water met een primitief soort labyrintorgaan. De lucht wordt dan ingeademt via een lange insnoering onder de kieuwen. Ze zijn hierdoor in staat om langere tijd boven het water in leven te blijven. De grootte van vissen uit deze familie kan erg variëren. De Channa gachua wordt bijvoorbeeld 25 centimeter lang, terwijl de meeste 60 tot 100 centimeter in lengte kunnen groeien.
De vis voedt zich met plankton, insecten en weekdieren wanneer ze nog jong zijn, terwijl de volwassen exemplaren karpers of kikkers eten. In zeldzame gevallen eten de vissen ook kleine zoogdieren zoals ratten.
Twee soorten, Channa marulius en Channa micropeltes, kunnen meer dan 1 meter lang worden en meer dan 6 kilogram wegen.
Ze worden aangetroffen in Afrika en Azië. Er zijn twee geslachten, Channa in Azië en Parachanna in Afrika.
De vis is een belangrijke vis voor de menselijke consumptie. De grotere soorten, zoals de Channa striata, de Channa maculata en de Parachanna obscura worden speciaal gekweekt hiervoor.