| Gratiën | ||||
|---|---|---|---|---|
| Gratiae, Chariten, Charites, Trits der Bevalligheden | ||||
| Gratiën | ||||
| Oorsprong | Griekse en Romeinse mythologie | |||
| Associatie(s) | personificaties van de schoonheid, vruchtbaarheid, creativiteit en charme | |||
| Kunstvormen | standbeeld van Antonio Canova, schilderij van Rafaël Santi, La Primavera van Botticelli | |||
| Verwantschap | ||||
| Ouders | Zeus en Eurynome of Dionysos en Aphrodite (Venus of Helios en Aegle / Bacchus en Venus (Romeinse mythologie) | |||
| Siblings | Muzen (verwantschap) | |||
De drie gratiën op La Primavera van Botticelli | ||||
| ||||

De drie Gratiën (Latijn: Gratiae), Chariten (Grieks: Charites) of de trits der Bevalligheden, waren drie zusters uit de Griekse en Romeinse mythologie.
Volgens de Griekse mythologie waren zij de dochters van Zeus en Eurynome maar in sommige verhalen zijn ze ook het nageslacht van Dionysos en Aphrodite (Venus), of van Helios en de naiade Aegle. Volgens de Romeinse mythologie waren zij de dochters van Bacchus en Venus.
De Gratiën zijn:
Peitho (volgens de Romeinen Suada) wordt soms als vierde genoemd. Samen staan ze voor vruchtbaarheid, creativiteit en charme.
De Gratiën werden vaak geassocieerd met de negen muzen. De rivier de Cephissus bij Delphi was aan hen gewijd.
De Gratiën inspireren de mensheid tot talent en creativiteit en zijn zelf ook een geliefd onderwerp in de kunst. Meestal worden ze zo afgebeeld dat ze met hun drieën naar elkaar toe staan met de armen over elkaars schouders. Ze worden ook vaak afgebeeld in de Elysese velden, de hemelse onderwereld van de Grieken.
De bekendste uitbeeldingen zijn: