Clavicytherium

Clavicytherium (boven rechts), gravure in Syntagma musicum van (Michael Praetorius, 1615-1619)
Clavicytherium

Het clavicytherium is een instrument dat behoort tot de familie van de klavecimbels. Kast en snaren staan verticaal.

Ontwikkeling

In de 14e eeuw was het instrument qua uiterlijk goed vergelijkbaar met een draagbaar orgel. In de 18e eeuw kon het gelijkenis vertonen met een kast, of met een retabel als de deurluiken open stonden.

Het instrument werd op een tafel geplaatst of had een eigen pootgedeelte.

Het clavicytherium had het voordeel dat het weinig plaats innam en dat het een klank produceerde die veel gelijkenis vertoonde met die van een klavecimbel.

Mechanisme

Het mechanisme voorziet in een terugspel tussen klavier en dokjes. In de loop van vier eeuwen gebeurde dit als volgt:

Oude teksten

De eerste vermelding van het instrument is te vinden in 1460 bij Paulus Paulirinus, maar het instrument is uiteraard ouder. Het wordt afgebeeld in het gesculpteerde retabel in Kefermarkt (Oostenrijk), dat dateert einde van de 15e eeuw (musicerende engel).

Een gravure toont het instrument in de Musica getutscht van Sebastian Virdung (1511). Het gaat hier om een clavicytherium met 38 toetsen, reikwijdte fa/sol zonder fa#. Virdung deelde mee dat dit verticaal geplaatste instrument een recente uitvinding was en darmsnaren had.

Michael Praetorius vond in zijn Syntagma musicum (1619) dat de klank van het instrument op die van de harp geleek.

Bekende instrumenten

Er werden facsimile's gerealiseerd, zoals die door Adlam Burnett en Emile Jobin (Royal College of Music in Londen). Jean-Paul Rouaud bouwde in de 18e eeuw clavicytheria met een verbeterd mechanisme. De meeste klavecimbelbouwers maakten ook clavicytheria.

Zie ook

Literatuur