
Bindweefselaandoeningen vormen een verzameling aandoeningen waarbij het bindweefsel door uiteenlopende oorzaken een inferieure kwaliteit heeft of door ziekte aangetast wordt. Deze aandoeningen worden ook wel aangeduid met collageenziekte of bindweefselziekte.
Bindweefsel beschermt en steunt de organen en het geeft er structuur aan. Samen met andere weefsels zoals spierweefsel en epitheel, vormt het bindweefsel organen, zoals respectievelijk de spieren en de huid.
Bindweefsel bestaat meestal uit een extracellulaire matrix van eiwitvezels, waarin fibrocyten (bindweefselcellen) gebed zijn. Het zijn de eigenschappen van de matrix die het soort bindweefsel bepalen.
Twee belangrijke eiwitten in bindweefsel zijn collageen en elastine. Wanneer deze door genetische afwijkingen niet de juiste structuur hebben of zelfs ontbreken, of wanneer ze aangetast worden, bijvoorbeeld door een auto-immuunziekte, dan volgen er uiteenlopende veranderingen van het bindweefsel waardoor organen of het hele organisme niet goed kunnen functioneren.

Bindweefselaandoeningen kunnen in twee groepen verdeeld worden. Hieronder worden enkele voorbeelden opgesomd:
De diagnostiek van bindweefselaandoeningen kan bestaan uit klinisch onderzoek, genetische analyse en beeldvormende technieken. Afhankelijk van de specifieke aandoening kunnen ook biochemische analyses worden toegepast om afwijkingen in collageen of het metabolisme te identificeren.
Vanwege de zeldzaamheid van veel van deze aandoeningen en de variatie in klinische presentatie is de zorg vaak multidisciplinair, gericht op monitoring en ondersteuning.
Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) afgesplitst vanaf een ander artikel op de Nederlandstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie deze pagina voor de bewerkingsgeschiedenis.