
De consistoriekamer of het consistorie is in protestantse kerken de ruimte of het gebouw waarin de kerkenraad, te weten de ouderlingen en diakenen, vergadert. In de protestantse kerk is de kerkenraad het hoogste orgaan van de plaatselijke en in principe zelfstandige kerkgemeente. De consistoriekamer bevindt zich meestal in het kerkgebouw, vlak ernaast of in een eigen gebouw bij de pastorie. Als het zich in een apart gebouw, gebouwtje bevindt vinden er soms ook andere kerkelijke activiteiten plaats, zoals de catechisatie, en wordt het ook verenigingsgebouw genoemd.
Het consistorie is ook de ruimte waar de predikant en de kerkenraad kort voor een kerkdienst even bij elkaar zijn om zich op de dienst voor te bereiden en het consistoriegebed uit te spreken. Men gaat ook na de dienst naar het consistorie terug. Het is geen vergadering.
Het consistorie was vanouds iets anders dan de kamer waar de kerkenraad vergadert. In Genève werd onder Johannes Calvijn de boetepraktijk van de Rooms-Katholieke Kerk opnieuw geïntroduceerd. De stad Genève werd verdeeld in wijken, die ressorteerden onder een wijkouderling. Indien de leden van de wijk een leven leidden dat niet passend was, of afwijkingen vertoonden in de leer van de kerk, werd dit gemeld aan de wijkouderling. Desbetreffend lid werd dan onder de kerkelijke tucht geplaatst. Hierdoor was deelname aan de Sacramenten, de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal niet mogelijk. Om vrij te raken van de tucht, moest het gemeentelid tot inkeer komen en bij de kerkenraad schuldbelijdenis doen. De kerkenraad keek naar het innerlijk van deze persoon, vandaar de naam 'consistorie'.
De sacristie is in de Rooms-Katholieke Kerk hetzelfde als consistoriekamer in protestantse kerken. Een consistorie in de Rooms-Katholieke Kerk is een vergadering van de paus met de kardinalen.