Deze bodembewonende dieren zijn in staat om van kleur te veranderen dankzij pigmentcellen (chromatoforen) in hun lichaam. De carapax is aan de voorkant uitgetrokken in een kort, dolkvormig, gaafrandig rostrum. Ze hebben een waaiervormige staart, goed ontwikkelde facetogen en lange antennen. De twee voorste pootparen bevatten scharen. Het zijn alleseters.
David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).