
Daniël Mijtens (I) (Delft, ca. 1590 - Den Haag, overleden voor 22 juni 1647), die in Engeland bekendstaat als Daniel Mytens the Elder, was een Hollands portretschilder, die in de middenjaren van zijn carrière in Engeland werkte.
Mijtens behoorde tot een van oorsprong Vlaamse schildersfamilie: hij was de oudere broer van Isaac Mijtens (1602-1666). Zijn oom was Aert Mijtens (ca. 1541-1601). Hij was zelf een oom van Johannes Mijtens (ca. 1614-1670), die de vader was van Daniël Mijtens (II) (1644-1688).
Daniel Mijtens werd in Delft geboren als zoon van zadelmaker Maerten Mijtens. Waarschijnlijk leerde hij het vak in Den Haag, mogelijk in het atelier van Van Mierevelt.
Op 25 november 1612 trouwde hij in Den Haag met Gratia Cletcher. Na haar overlijden hertrouwde hij op 2 september 1628 met de miniatuurschilderes Susanna Droeshout. Uit dit huwelijk werden op 1 juli 1629 twee dochters, Elisabeth en Susanna, gedoopt in de Nederlandse Kerk in Londen.
Uit zijn vroege Hollandse periode zijn geen werken bewaard gebleven. Rond 1618 vestigde Mijtens zich in Londen, waar hij al snel de aandacht trok van de kunstverzamelaar Thomas Howard, graaf van Arundel. Hij portretteerde Howard en zijn vrouw, en kreeg al gauw opdrachten van koning Jacobus I en zijn zoon, prins Charles (de latere koning Karel I). Vanaf circa 1620 was hij hofschilder van Jacobus I, en in 1625 werd hij dat ook onder Karel I.
Onder Karel I produceerde Mijtens in 1625 een groot aantal levensgrote portretten van de koning en zijn hovelingen, inclusief duplicaten. Dit suggereert dat hij in deze periode een eigen atelier met medewerkers leidde. In 1626 werkte hij samen met Hendrik van Steenwijk de Jongere. Twee opmerkelijke portretten van zijn hand tonen James Hamilton (1606-1649), de latere 1e hertog van Hamilton: één uit 1623, toen Hamilton 17 was, en een tweede uit 1629. Mijtens bezocht de Nederlanden in 1626 en 1630, mogelijk om de nieuwste ontwikkelingen in de schilderkunst te bestuderen, met name de werken van Rubens en Van Dyck.
Mijtens introduceerde een nieuw naturalisme in de Engelse hofportretten. Toch verloor hij na 1632 zijn leidende positie als hofschilder aan Anthony van Dyck, die een meer uitgesproken stijl hanteerde. Rond 1634 keerde Mijtens waarschijnlijk voorgoed terug naar Nederland, waar hij zich voornamelijk toelegde op de kunsthandel in Den Haag. Hij verwierf onder meer werken voor Thomas Howard. Uit zijn latere periode zijn slechts vier schilderijen bewaard gebleven.
Sommige van Mijtens’ werken bevinden zich nog steeds in de collectie van de Britse koninklijke familie. Tot zijn leerlingen behoren Isaac Mijtens en Adriaen Hanneman.