Daniel Ott (Grub, 6 september 1960) is een Zwitsers componist, muziekpedagoog en pianist.
Ott groeide op in Grub en later in de regio Basel-Landschaft. Hij studeerde aan de Muziekacademie Bazel te Bazel en behaalde in 1980 zijn diploma als uitvoerend pianist en in muziekopleiding. Vervolgens werd hij docent voor muziek en piano in de regio Basel-Landschaft en Graubünden. Hij was medeoprichter van verschillende vrije theatergroepen en trok met straattheaters door het hele Zwitserland. Van 1983 tot 1985 studeerde hij theater in Parijs en Londen. Vervolgens studeerde hij tot 1990 compositie bij Nicolaus A. Huber aan de Folkwang Hochschule in Essen en bij Klaus Huber aan de Hochschule für Musik Freiburg in Freiburg im Breisgau.
Vanaf 1990 is hij werkzaam als freelance componist, pianist en acteur met de focus op het nieuwe muziektheater alsook met interdisciplinaire en ruimte- en landschappelijk betrokken werken. In 1999 en 2000 componeerde hij de avondvullende cyclus ojota I-IV. In 2000 schreef hij Klangkörperklang een werk voor het Zwitserse paviljoen van Peter Zumthor tijdens de Expo 2000 in Hannover. Aan ruimte- en landschappelijk betrokken werken componeerde hij een werk voor de haven van Sassnitz op het eiland Rügen (2002), voor de bedevaartsplaats Heiligkreuz im Entlebuch (2003), voor de rivier Neisse tussen de plaatsen Görlitz en Zgorzelec (2005) en voor de Rijnhaven te Bazel (2006). In 1990 was hij oprichter van het festival Neue Musik Rümlingen.
Sinds 1995 is hij docent voor nieuwe muziek aan de Universiteit van de Kunsten in Berlijn. In 2005 werd hij professor voor compositie en experimenteel muziektheater aldaar.