De Cartier

Wapen van de familie de Cartier
Kasteel de Cartier in Marchienne-au-Pont
Kasteel van Suarlée
Grafmonument de Cartier in Suarlée

De Cartier (ook: de Cartier d'Yves en de Cartier de Marchienne) is een Belgische familie van wie leden onder het ancien régime ambtelijke functies vervulden of industriële activiteiten ontplooiden. In 1823 en 1826 werden verschillende leden opgenomen in de erfelijke adel onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

Historiek

De Cartier, oorspronkelijk geschreven als de Quartier, was een oude Luikse familie. De bewezen stamreeks is terug te voeren tot 1455.

Het geslacht bracht burgemeesters, industriëlen en politici voort. In het begin van de achttiende eeuw was Jean-Arnould de Cartier procureur-generaal en trezorier van de prins-bisschop en van 1702 tot 1705 burgemeester van Luik. De verschillende familietakken verspreidden zich over de provincies Luik en Henegouwen en kwamen zich ook in Brussel vestigen.

Pierre-Robert de Cartier (1717-1790), heer van Marchienne, burgemeester van Luik in 1768, behoorde tot de literatoren in het Waals in Luik, in het kielzog van kanunnik de Harlez.

De familie werd in de 20ste eeuw ook nog bekend door een deel (onder de titel Souvenirs Pieux of Dierbare nagedachtenis) van de autobiografische trilogie van de schrijfster Marguerite Yourcenar (1903-1987). De schrijfster beschreef in de trilogie de families van haar vader, Cleenewerck de Crayencour, en die van haar moeder, jonkvrouw Fernande de Cartier de Marchienne (1872-1903).

Burgemeesters van Luik

Verschillende leden van de familie de Cartier werden burgemeester van Luik:

Adel

De notoriëteit van de familie bereikte een hoogtepunt in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Zes broers de Cartier werden in de adel opgenomen:

Industrie

De familie was in de negentiende eeuw bijzonder actief in de industriële ontwikkeling van het Luikse industriebekken en van de Borinage. Ze baatte de smeltovens van Zône uit. Ze behoorde tot de stichters van de Concession Houllière de la Réunion in Mont-sur-Marchienne en van de Charbonnages de Grand-Conti et Spinois in Gosselies. De investeringen gebeurden niet altijd rimpelloos en op bepaalde tijdstippen ondervond de familie ernstige financiële moeilijkheden.

Zijn te vermelden:

Heerlijkheid Marchienne

De heerlijkheid Marchienne was een feodaal leen onder het hof van de prins-bisschop van Luik. Het werd in 1695 aangekocht door de rijke industrieel Guillaume Bilquin. Zijn dochter, Marie-Agnès Bilquin, trouwde met Jean-Louis de Cartier, zoon van de trezorier van de prins-bisschop en burgemeester van Luik. Van 1725 tot 1938 was het kasteel eigendom van de familie de Cartier.

Het kasteel van Marchienne dateerde uit de elfde eeuw. Het werd herhaaldelijk verbouwd en uitgebreid. Rond 1635 werd een nieuw kasteel gebouwd door de familie Honoré. Het bestond in de achttiende eeuw uit drie hoofdgebouwen met Toscaanse zuilen, rond een ereplein. Het werd in april 1932 grotendeels door brand verwoest en werd in 1938 aangekocht door de gemeente Marchienne die het herbouwde. Sindsdien wordt het, tot op heden, gebruikt als openbare bibliotheek.

In 1980 werd het kasteel beschermd als monument en in de jaren negentien negentig grondig gerestaureerd en in ere hersteld. De openbare bibliotheek draagt de naam Marguerite Yourcenar. Op de verdiepingen huizen administraties van het Waals Gewest.

Het oudste deel van het kasteel is het voorportaal gedateerd 1699 met de wapens van de families Bilquin-Baillencourt. Op de bovendorpel van de toegangspoort tot de noordvleugel vindt men het wapen van de Cartiers. De westelijke vleugel herbergt de kapel van het kasteel en de duiventoren uit 1884.

Heerlijkheid Yve(s)

Nog net voor de revoluties verkocht Louis d'Yve (1784-1821) het goed en de heerlijkheid Yve, met de titels van markies van het Heilig Roomse Rijk en heer van Yves, Neufville, Villers-deux-Eglises, Vodecée, Hiercherenne en Vognée aan Pierre-Louis de Cartier, de heer van Marchienne.

De markiestitel verdween bij de afschaffing van de adel in 1796. Ze kwam in 1822 weer naar boven als officiële titel, maar niet voor de Cartier, maar voor Ferdinand Yve de Bavay (1749-1825) en ten persoonlijke titel voor Marie-Françoise del Halle (1762-1831), weduwe van Louis d'Yve. De zoon van Pierre-Louis, Jean-Baptiste de Cartier kon van zijn kant de naam d'Yves aan zijn familienaam toevoegen en hiermee in 1823 de baronstitel verkrijgen, daar waar zijn vijf broers gewoon als jonkheer in de adelstand werden opgenomen.

Beknopte genealogie

Literatuur

Bronnen