In 1778 werd door de Hoge Raad van het prinsbisdom Luik een attest van oude adel afgeleverd aan ridder de Creeft uit Sint-Truiden.
In 1787 werd eenzelfde attest afgeleverd aan Auguste de Creeft (zie hierna).
Genealogie
Nicolas-Bonaventure de Creeft (1723-1793), x barones Isabelle de Heusch (1738-1810)
Auguste de Creeft (zie hierna)
Ferdinand de Creeft, officier in het regiment Salm-Salm, vervolgens officier in Franse en Britse dienst, x Charlotte Renaud
Charles de Creeft (zie hierna)
Jean-Louis de Creeft (zie hierna)
Auguste de Creeft
Auguste Joseph Adrien Bonaventure de Creeft (Sint-Truiden, 22 april 1786 - 7 november 1835), was een zoon van Nicolas-Bonaventure, kapitein in Franse dienst, pleitbezorger in Sint-Truiden, en Isabelle De Heusch. In 1822 werd hij onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden erkend in de erfelijke adel. Hij trouwde in 1799 met Marie-Christiane Louise Ulens (1773-1839), dochter van Jean-Henri Ulens, burgemeester van Sint-Truiden. Ze hadden zeven kinderen.
Jean-Bonaventure de Creeft (1808-1869), gemeenteraadslid van Sint-Truiden, x Caroline Boux (1817-1885). Ze hadden vijf kinderen.
Hubert-Adrien de Creeft (1850-1917), schepen van Kerkom, bestendig afgevaardigde voor de provincie Limburg, x Berthe del Marmol (1854-1944). Ze hadden een enige dochter. Het overlijden van Hubert-Adrien betekende dan ook de uitdoving van deze familietak.
Charles de Creeft
Laurent Charles de Creeft (Antillen, 1 augustus 1814 - Hasselt, 29 september 1895). Hij was ambtenaar van Bruggen en Wegen en trouwde in Sint-Truiden met zijn nicht Hortense de Creeft (1813-1868). Ze hadden negen kinderen, onder wie vier zoons die voor nazaten zorgden. In 1882 verkreeg Charles erkenning in de erfelijke adel.
Ferdinand de Creeft (1847-1891), advocaat-pleitbezorger, x Emilie Hoffman (1853-1883), xx Gerthilde Hermans (1854-1927). Uit het tweede huwelijk sproten drie kinderen, maar zonder verdere afstammelingen.
Charles-Guillaume de Creeft (1850-1917), ingenieur, x Marie Snyers (1850-1917), met twee kinderen, zonder verder afstammelingen.
Eugène Jean Marie Louis de Creeft (1852-1915), notaris in Peer en Kortenberg, x Augustine Hermans (1861-1938). Ze hadden zeven kinderen.
Alfred de Creeft (1888-1954), notaris, schepen van Kortenberg, x Clémentine Remy (1889-1957). Hij kreeg in 1930 de titel ridder, overdraagbaar bij mannelijke eerstgeboorte. Ze hadden vijf dochters en een zoon, Clément de Creeft (1929-2001), die trouwde, maar kinderloos bleef.
Léon Joseph Paul de Creeft (1889-1944), majoor bij de artillerie, x Sybille de Weissenbruch (1898-1975). Hij kreeg in 1930 de titel ridder, overdraagbaar bij mannelijke eerstgeboorte.
Jehan de Creeft (1926-1995), x Madeleine Cornesse (1926-1999). Ze hadden twee dochters.
Paul de Creeft (1858-1912), arts, x Alida Michaelsen (1869-1913).
Ferdinand de Creeft (1894-1967), ingenieur, buitengewoon hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven, x Elisabeth de Roquemaurel de Taurignan (1898-1989). Ze hadden een zoon en twee dochters.
Tristan de Creeft (1929-1978), ambtenaar bij de EEG, x Marianne Felsenhart. Ze hadden drie dochters.
Jean-Louis de Creeft
Jean Louis Charles de Creeft (Sint-Truiden, 28 november 1773 - 21 januari 1856), x Anne Van den Abeele (1780-1836). Ze hadden vijf kinderen. In 1822 werd hij erkend in de erfelijke adel.
Florent de Creeft (1810-1904), x Euphrasine Conincx (1845-1923). Ze hadden twee dochters.
De meeste takken van de familie De Creeft zijn in mannelijke lijnen uitgedoofd. Een complete uitdoving ligt in het verschiet.
Literatuur
C. DE BORMAN, Généalogie de Creeft, in: Annuaire de la noblesse de Belgique, Brussel, 1868.
Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1987, Brussel, 1987.