De Patin

De Patin (ook "de Patin de Langemarck" en "Cotteau de Patin") was een familie van Zuid-Nederlandse adel.

Geschiedenis

De historische oorpsrong van de familie kan getraceerd worden tot in de Middeleeuwen, tot bij Raoul de Patin, die gouverneur was van het Prinsbisdom Kamerijk. Hij was gehuwd met Guyote de Hames, wier vader oud-gouverneur was van de kasselrij Kortrijk. De familie de Hames bezat vanouds het leen Hames. De grootmoeder van Guyote de Hames, Mahaud de Pollart, was de dochter van Gisele van Guînes, dochter van Arnauld I van Guînes, graaf van Guînes en rechtstreeks nakomelinge van Siegfried I van Guînes. Haar groottante, Marotte de Hames, was dan weer gehuwd met Robert de Guînes.

Een nazaat van Raoul de Patin en Guyote de Hames, Pierre, was tijdens de 14e eeuw schepen van de rechtskamer van Rijsel. Nog een afstammeling, Wautier de Patin, werd ridder in dienst van de Bourgondische hertogen en werd baljuw van Menen. Hij huwde Marie Van Der Gracht, dochter van Olivier Van Der Gracht. Hun zoon Gilles volgde zijn voetsporen en werd eveneens geridderd. In 1457 werd hij bevorderd tot lid van de raadkamer van Karel de Stoute. Na zijn overlijden in 1479 werd hij samen met zijn vrouw, jonkvrouw Josine van Halewijn, afstammelinge van de heren van Halewijn, begraven in de kerk van Rooigem. Het koppel bleef kinderloos.

Donaes de Patin, geboren in 1518 en achterkleinneef van Wautier, stond in 1543 genoteerd als meier van Kortrijk en was wederom baljuw van Menen. Zijn erfgenamen droegen niet de titel van ridder, maar die van écuyer of schildknaap. Donaes verloor het leven tijdens de Inname van Menen door de malcontenten. Volgens latere verklaringen van Charles-Philippe de Patin leed de familie hierdoor aanzienlijke verliezen die pas werden rechtgezet na het huwelijk van Petrus de Patin (1608 - 1681), kleinzoon van Donaes, met Marie Douchy, de enige erfgename van Philip Peutevin, de voormalig burgemeester van Menen. Hierdoor kwamen diens eigendommen en leengoeden, zoals de heerlijkheid Ter Beke, waar ook de familie Elslander ooit eigenaar van was geweest, in handen terecht van de Patins. Zij bouwden er kort daarna het kasteel Terbeke, een slotgracht, die uiteindelijk in verval kwam tijdens de Franse Revolutie.

Bekende nakomelingen

Literatuur