| Debora Duyvis | ||||
|---|---|---|---|---|
Debora Duyvis (1961) | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Debora Geertruida Duyvis | |||
| Geboren | Amsterdam, 17 februari 1886 | |||
| Overleden | Amsterdam, 29 oktober 1974 | |||
| Geboorteland | Nederland | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | kunstenares en grafica | |||
| Floruit | 1927 | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Werklocatie | Amsterdam, Parijs | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||
Debora Geertruida (Debora) Duyvis (Amsterdam, 17 februari 1886 – aldaar, 29 oktober 1974) was een Nederlands kunstenares en grafica.
Duyvis was een dochter van Jacob Duyvis (1854-1943), ondernemer in koffie, en Eva Loos (1856-1924). Ze volgde een opleiding aan de Amsterdamse Rijksakademie van beeldende kunsten en was leerlinge van onder anderen prof. J.J. Aarts en prof. Antoon Derkinderen (1859-1925). Ze werd bekend als graficus en ontwerper van boekbanden, boek- of stofomslagen en ex libris. In 1927 werkte ze mee met een portret van Derkinderen en het ontwerp van initialen en sluitstukken aan de uitgave van de jeugdherinneringen van Derkinderen, voorzien van een door J.H. Derkinderen-Besier geschreven inleiding. In datzelfde jaar ontmoette zij koningin-moeder Emma en gebruikte haar portret voor het ontwerp van een postzegel ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van het Rode Kruis.
In november 2012 werd een groot deel van de nalatenschap van Duyvis geveild bij Bubb Kuyper Veilingen te Haarlem.
Aanvankelijk maakte Debora Duyvis vooral portretten in verschillende grafische technieken. In 1921 ging ze voor acht maanden naar Italië. Daarna ging ze naar Parijs. In 1924, bij de dood van haar moeder, keerde ze tenige tijd terug naar Amsterdam. Daarna reisde ze naar Corsica, Mallorca, Ibiza, Noord-Italië en Bretagne. Ze werkte ook in Veere en Middelburg. Ze tekende lokale klederdrachten, berglandschappen en havengezichten, en verwerkte die tot grafiek.
In 1931 had ze haar eerste solo-tentoonstelling in Amsterdam. Daarmee vestigde ze haar reputatie als burijngraveerster. Er volgden andere tentoonstellingen in binnen- en buitenland.
Debora Duyvis maakte niet alleen vrij werk, maar ook veel toegepaste grafiek, zoals boekomslagen, ex librissen en gelegenheidsprenten. "Zij blonk uit in de moeilijke techniek van de burijngravure en werd daar in haar eigen tijd veel om geprezen. Zij was een zelfstandige vrouw, met een eigen mening, die wars van alle naoorlogse ontwikkelingen in de kunst het handwerk van het graveren op het hoogste niveau bleef beoefenen. Daarmee leverde zij een persoonlijke en veelzijdige bijdrage aan de Nederlandse kunstgeschiedenis."
Debora Duyvis was niet getrouwd, ze leefde als alleenstaande vrouw, en werd haar hele leven aangesproken als "Mejuffrouw" Duyvis. Dat "stelde zij ook op prijs, en zij wekte de indruk een wat stijve, preutse dame te zijn." Maar in het geheim onderhield ze gedurende vele jaren een liefdesrelatie met Richard Roland Holst. Die begon waarschijnlijk in 1926 en duurde tot kort voor zijn dood: de laatste bekende brief van Roland Holst aan Duyvis dateert van 1937.
Debora Duyvis kreeg van Roland Holst het verzoek gekregen zijn nalatenschap te verzorgen, samen met Bram Hammacher en Willem Bogtman. Ze bleef daar tot 1962 bij betrokken.