Deltaklasse

De Deltaklasse is een door de NAVO gedefinieerde familie van kernonderzeeërs ontworpen in de Sovjet-Unie. Ze hebben ballistische raketten en zijn bedoeld om steden, militaire en industriële installaties en marinebases aan te vallen. Ze waren ontworpen om de Verenigde Staten vanaf een grotere afstand aan te vallen, aangezien het GIUK-gat tussen Groenland (G), IJsland (I) en het Verenigd Koninkrijk (UK) was voorzien van SOSUS-sensoren.

De familie bestaat uit drie klassen, in het Russisch Мурена (Moerena, murene), Кальмар (Kalmar, inktvis) en Дельфин (Delfin, dolfijn). Ze zien er allemaal ongeveer hetzelfde uit, maar elk type heeft andere mogelijkheden en uitrusting. De NAVO groepeert ze allemaal onder de codenaam Delta.

In juni 2000 beweerde de Russische Marine dat het 26 strategische atoomonderzeeërs in dienst had met 2.272 kernkoppen op 440 ballistische raketten. Verder werd gezegd dat er vijf Typhoonklasse-onderzeeërs waren, zeven van de Delfinklasse en dertien van de Kalmarklasse.

Projecten

Moerena

De projecten 667B en 667BD leverden allebei onderzeeërs van de Moerenaklasse. De NAVO onderscheidt twee klassen: Delta I en Delta II. Er werden 22 exemplaren gebouwd.

Eerste generatie

De eerste generatie omvatte onderzeeboten die konden worden uitgezonden op patrouilles in de ijszeeën ten noorden van de Sovjet-Unie, waaronder de Noorse Zee en de Barentszzee. Daardoor hoefden ze, in tegenstelling tot hun voorgangers, niet voorbij de Westerse SOSUS-sonarbarrière om binnen het bereik van hun doel te komen. Ter verbetering van de precisie van de raketten hadden de Moerena-onderzeeboten het Totol-B-navigatiesysteem aan boord en het Cyclone-B-systeem voor satellietnavigatie.

Na autorisatie voor de ontwikkeling van de klasse in 1965 werd de eerste Moerena, de K-279, in dienst gesteld bij de Noordelijke Vloot op 22 december 1972. In totaal werden er 18 boten van dit project gebouwd en ze dienden allemaal bij de Marine van de Sovjet-Unie.

Vanaf 1994 werden de Moerena's langzaam uit dienst genomen. Het verwijderen van de raketcompartimenten begon in 1997. Alle boten van de klasse waren uit dienst in 1998, en gesloopt in 2005.

Tweede generatie

Project 667BD "Moerena-M" werd ondernomen om de tekortkomingen van de Moerenaklasse op te vangen. Het ontwerp was in essentie gelijk, maar de boot werd in het vierde en vijfde compartiment met 16 meter verlengd om plaats te maken voor vier extra lanceerbuizen. Het nieuwe type kreeg ook systemen mee om geluid te verminderen, zoals stoomturbines gemonteerd op schokdempers, alle pijpen los van de romp gemonteerd met een laag rubber ertussen en speciale hydro-akoestische coating op de romp.

Slechts vier boten werden er gebouwd van deze klasse, waarschijnlijk vanwege de nieuwe Kalmar-klasse, alle waren in 1996 uit dienst.

Kalmar

Kalmar-onderzeeër

Het ontwerp van project 667BDR "Kalmar", bij de NAVO aangeduid als Delta III, was een grote kernonderzeeër met ballistische raketten. Er werden 14 exemplaren gebouwd. Evenals de vroegere Moerenaklasse-onderzeeërs had de Kalmar een dubbele romp met een dunne paramagnetische buitenromp met een dikke stalen drukromp er binnenin. Ontwikkeling begon in 1972. De onderzeeboot was de eerste die elk aantal ballistische raketten in één salvo kon lanceren. Het was ook de eerste die de mogelijkheid had tot het meenemen van ballistische raketten met MIRV's (multiple independently targetable reentry vehicles). De onderzeeër had 16 R-29R-raketten, met elk 3 tot 7 MIRV's met een bereik van 6.500 tot 8.000 km, afhankelijk van het aantal MIRV's.

De Kalmar was ook uitgerust met een nieuw slagveld-managementsysteem, de "Almaz-BDR" voor de vuurleiding van de torpedo's in diep water. Ook werd een nieuw navigatiesysteem geïnstalleerd, "Tobol M-1", en later de "Tobol M-2". Een hydro-akoestisch navigatiesysteem met de naam "Sjmel" stelt de onderzeeër in staat zijn positie te bepalen aan de hand van hydro-akoestische boeien. Als laatste werd er ook een nieuwe sonar geïnstalleerd, genaamd "Rubikon".

Delfin

Delfin

Project 667BDRM "Delfin", met NAVO-aanduiding Delta IV, leverde zeven exemplaren op, die tussen 1985 en 1992 bij de werf van Severodvinsk zijn gebouwd. Hiervan zijn er[(sinds) wanneer?] nog vijf actief zijn bij de Russische marine. De onderzeeërs zijn gestationeerd in Sajda-Goeba en opereren onder het commando van de Noordelijke Vloot.

Het ontwerp van de Delfin lijkt sterk op de Kalmar en maakt ook gebruik van een dunne buitenromp en een dikke drukromp binnenin waar ook de raketsilo's zich bevinden.

De onderzeeër heeft een operationele diepte van 320 meter, met een maximum diepte van 400 meter. Het aandrijfsysteem laat een maximumsnelheid toe van 24 knopen, door gebruik van twee VM-4-drukwaterreactoren, met een vermogen van ongeveer 18 MW. Het heeft twee GT3A-365-stoomturbines met een vermogen van 27,5 MW. Het aandrijfsysteem drijft twee assen aan met elk een zevenbladige scheepsschroef met vaste bladen.

Algeheel ontwerp

Het ontwerp is gelijk aan dat van de Kalmar. De onderzeeër heeft een dubbele romp waarbij de raketsilo's zich in de binnenste romp bevinden. De voorste duikroeren zitten aan de toren. Ze kunnen ook verticaal staan, om door het ijs te breken. De operationele diepte is 320 meter, met een maximum diepte van 400 meter. De maximumsnelheid bedraagt 24 knopen. Het heeft voorraden aan boord voor 80 dagen. De buitenkant heeft een speciale hydro-akoestische coating om geluid te verminderen.

Tijdens de ontwikkeling van de 667BDRM werden een aantal maatregelen genomen om geluid te verminderen. De overbrenging en uitrusting zijn allemaal op dezelfde basis gebouwd, los van de romp met isolatie ertussen. De efficiëntie van de coating op de romp werd ook verbeterd.

Bewapening

De Delfin-onderzeeërs hebben een D-9RM-lanceersysteem en dragen zestien R-29RM-raketten met vloeibarebrandstofmotoren die elk vier MIRV's dragen. In tegenstelling tot eerdere modificaties kan de Delfin ballistische raketten alle kanten op lanceren vanaf een vaste koers. Het onder water lanceren van de raketten kan vanaf een diepte van 55 meter bij een kruissnelheid van 6-7 knopen. Alle raketten kunnen in een enkel salvo gelanceerd worden.

De 667BDRM Delfin zijn uitgerust met het TRV-671-RTM-raket-torpedosysteem die vier torpedobuizen heeft van 533 mm. In tegenstelling tot de Kalmar is de Delfin in staat tot het lanceren van elk type torpedo, anti-onderzeeër-torpedo-raket en antihydro-akoestische apparaten. Het slagveldsysteem "Omnibus-BDRM" controleert alle gevechtssystemen. Het "Sjljoez"-navigatiesysteem zorgt voor verbeterde precisie van de raketten en is in staat tot astronavigatie vanaf periscoopdiepte. Het navigatiesysteem heeft ook twee drijvende boeien voor het opvangen van radioberichten, doelinformatie, en satellietnavigatiesignalen op grote diepte. Het is ook uitgerust met het "Skat-VDRM"-hydro-akoestisch systeem.

De Delta IV-onderzeeërs zijn strategische kernonderzeeërs met ballistische raketten, ontworpen om militaire en industriële installaties aan te vallen. De boten hebben de RSM-54-Makeyev-raket (NAVO-codenaam: SS-N-23 Skiff) ballistische raket aan boord. De RSM-54 is een drietrapsraket met vloeibarebrandstofmotor met een bereik van 8.300 kilometer. De kop bevat vier tot tien MIRV's, met elk een TNT-equivalent van 100 kiloton. De raket haalt met astronavigatie een precisie van 500 meter.

De onderzeeër is ook in staat tot het lanceren van de Novator SS-N-15 Starfish-antischeepsraket of Mk 40-torpedo. Starfish is bewapend met een 200 kiloton-kernkop en heeft een bereik van 45 km. In totaal is er plaats voor achttien raketten of torpedo's in het voorste deel van de boeg.

Inzet

In eerste instantie waren de Delfins gestationeerd bij de Noordelijke Vloot in Olenja Goeba. Alle onderzeeërs van de klasse dienen bij het 12e squadron (voorheen 3e flottielje) van strategische onderzeeërs van de Noordelijke Vloot, die is verhuisd naar Moermansk.

Zie de categorie Delta class submarines van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.