| Dementie | ||||
|---|---|---|---|---|
| Dementia | ||||
| Coderingen | ||||
| DSM-5-TR | F00.9 | |||
| DSM-IV | 294.1 | |||
| ICD-11 | ||||
| DiseasesDB | 29283 | |||
| DOID | 1307 | |||
| MedlinePlus | 000739 | |||
| MeSH | D003704 | |||
| Richtlijnen | ||||
| NHG-standaard | M21/samenvatting | |||
| ||||
Dementie is een aandoening die gekenmerkt worden door combinaties van meervoudige stoornissen in verstandelijke vermogens waaronder het geheugen, in stemming en in gedrag. Dementie komt voor bij klinische syndromen die door verschillende hersenziekten worden veroorzaakt.
Er zijn dan ook verschillende vormen:
De specifieke kenmerken van de verschillende combinaties worden bepaald door de aard, lokalisatie en ernst van de afwijkingen in de hersenen.
Dementie is de snelst groeiende doodsoorzaak in Nederland, gevolgd door hartfalen en longkanker.
Bij dementie worden de symptomen onderverdeeld in eerste en tweede orde symptomen.
Symptomen van de eerste orde openbaren zich meestal als eerste bij alle vormen van dementie:
Symptomen van de tweede orde zijn de overige symptomen die zich kunnen voordoen:
Dementie openbaart zich vooral op latere leeftijd. Naarmate mensen ouder worden, neemt dus ook de kans toe dat ze met een bepaalde vorm van dementie te maken krijgen. Aangezien het percentage ouderen in de bevolking van westerse landen toeneemt, krijgen steeds meer mensen met deze aandoening te maken. Omdat vrouwen gemiddeld ouder worden dan mannen, komt bij hen dementie ook vaker voor dan bij mannen. Te verwachten is dat als gevolg van de vergrijzing de prevalentie van dementie in de komende 20 jaar met 45% zal toenemen.
Uit recente statistische gegevens ontleend aan bevolkingsonderzoek in de Verenigde Staten blijkt ten slotte dat hoogopgeleide mannen en vrouwen niet alleen ouder worden, maar gemiddeld ook op latere leeftijd dement worden dan laagopgeleiden.
In april 2012 legden wetenschappers een verband tussen vroege dementie en een ongezonde leefstijl.
In Nederland zijn ongeveer 15.000 mensen met dementie die jonger zijn dan 65 jaar. Deze jongdementie begint als iemand tussen de 40 en 65 jaar is. De eerste verschijnselen zijn meestal veranderingen in gedrag of taal en moeite met concentreren en/of organiseren. In eerste instantie wordt vaak gedacht aan overspannenheid of een depressie.
Mensen met dementie hebben steeds meer zorg nodig. Hulp kan verkregen worden via een casemanager dementie. Dit is een begeleider voor de persoon met dementie en de mantelzorger. De casemanager wordt vergoed vanuit de basisverzekering.
In België zijn er ruim 150.000 patiënten met dementie. Afhankelijk van de leeftijd kan de aandoening vastgesteld worden bij:
In Nederland wordt op basis van bevolkingsonderzoek geschat dat er ruim 179.000 patiënten met dementie leven, 52.700 mannen en 126.400 vrouwen. Dat wil zeggen 6,7 gevallen per 1.000 mannen en 15,7 per 1.000 vrouwen. Een deel woont thuis en een deel in een verpleeghuis. Het aantal personen met dementie neemt sterk toe met de leeftijd, tot wel 30-35% van de 85-plussers.

Als thuis wonen met dementie niet meer gaat en er is 24 uur per dag zorg dichtbij of toezicht nodig, kan men verhuizen naar een woon-/zorgcentrum gespecialiseerd in het begeleiden van mensen met dementie. Deze zorg wordt betaald vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz).
Er zijn veel verschillende woonsoorten voor mensen met dementie:
Bij mensen met dementie is hun welbevinden heel belangrijk. Onbewust moet hun omgeving goed voelen. Ook als ze dat zelf niet of niet meer kunnen benoemen. Een belevingsgericht interieur is doordacht en past bij de bewoners met dementie.
Oorzaken van dementie kunnen zijn: alcohol, roken, syfilis, trauma capitis (letterlijk: letsel aan het hoofd), een tumor, encefalitis, aids of de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.
Een exacte diagnose is pas na de dood te stellen na sectie. Met behulp van beeldvormend medisch onderzoek kan de diagnose in combinatie met neuropsychologisch onderzoek "waarschijnlijk" dementie gesteld worden. Zonder beeldvormend medisch onderzoek kan het type dementie slechts als "mogelijk" bestempeld worden. Bij het vaststellen van dementie, wordt dikwijls een combinatie van oorzaken gevonden, bijvoorbeeld mengbeelden van vasculaire dementie en de ziekte van Alzheimer.
Hoge bloedsuikerspiegels zijn direct gerelateerd aan het risico op dementie.
Met pseudo-dementie wordt bedoeld dat het verminderde verstandelijke functioneren het gevolg is van medicatie of een psychisch of psychiatrisch probleem, zoals een depressie. Er is dan geen sprake van echte dementie, maar van symptomen die sterk op dementie lijken. Er wordt ook wel van omkeerbare dementie gesproken als de achteruitgang van de verstandelijke vermogens een behandelbare oorzaak heeft, zoals onjuist gebruik van slaapmiddelen of andere geneesmiddelen, slecht ingestelde suikerziekte, te langzaam werkende schildklier, vitaminegebrek (bijvoorbeeld tekort aan de vitamines B1, B6, D of B12), bloeding onder het schedeldak, uitdroging enzovoorts.
De mini-mental state examination (MMSE) wordt gewoonlijk gebruikt als deel van het diagnostisch proces, zoals ook vermeld wordt in het DSM-handboek. Deze MMSE is een cognitieve test die op papier wordt afgenomen. De maximumscore is 30. Lage scores duiden op meer ernstige cognitieve problemen. Bij een score van 24 spreekt men gewoonlijk van een "normaal" cognitief functioneren. In een Cochrane-review van 2016 werd bevestigd dat de MMSE kan gebruikt worden om te besluiten of een 65-plusser wel of niet dementie heeft. De testresultaten moeten daarbij echter steeds in een bredere context worden gesteld. Er moet rekening worden gehouden met de persoonlijkheid, het gedrag en de zelfredzaamheid van de patiënt in zijn dagelijks leven.
De zorg voor mensen met dementie bestaat uit de dagelijkse verzorging zoals eten/drinken, mondzorg, wassen en aankleden. Daarnaast is het belangrijk om te zorgen voor een passende daginvulling waarbij het van belang is om aan te sluiten bij de fase waarin iemand zich bevindt.
Hierbij wordt uitgegaan van de ik-beleving van de persoon met dementie: hoe ervaart iemand zichzelf en de wereld om hem heen. Er wordt rekening gehouden met de individuele behoefte van een persoon met dementie. Met bijpassende welzijnsactiviteiten wordt een zinvol dagprogramma met structuur op maat gemaakt. Welzijnsactiviteiten worden steeds vaker ingezet, ook in zorgcentra.
Speciale welzijnsmedewerkers organiseren activiteiten in groepjes of 1-op-1 activiteiten. Er zijn vele activiteiten om te doen met mensen met dementie die het welbevinden en de levenskwaliteit kunnen verhogen:
Teun Toebes: heeft verschillende initiatieven opgezet om het bewustzijn en de zorg voor mensen met dementie te verbeteren.
Johnny de Mol en Dieter Coppens: presentatoren van het Nederlandse en Belgische TV-programma Restaurant Misverstand, waarin aandacht wordt gevraagd voor dementie.
Gerda Havertong: bezoekt dementie zorgcentra om voor te lezen en herinneringen op te halen als ambassadeur van Goodwill en is oprichter van Stichting Wiesje voor mensen met dementie in Suriname.
Een wetenschappelijke commissie van het vakblad The Lancet pleitte in 2024 nogmaals voor meer maatregelen om dementie te voorkomen. Naast de bekende invloedsfactoren als roken, gebrek aan beweging, depressie, sterk overgewicht, hoge bloeddruk, suikerziekte, beperkte scholing, sociaal isolement en gehoorproblemen noemt de commissie uitdrukkelijk luchtvervuiling, overmatig alcoholgebruik, en hersenletsel door ongevallen als risicofactoren. Preventie kan dementie minstens uitstellen, zoniet voorkomen, aldus de wetenschappers.
De Vlaamse Alzheimer Liga is pluralistisch en niet gebonden aan andere organisaties. Ze heeft samenwerkingsverbanden met andere zelfhulpgroepen en organisaties. De Liga ondersteunt de uitwisseling van kennis over en ervaring met de ziekte van Alzheimer aan de hand van familiegroepen en doet ook aan mediavoorlichting.
Alzheimer Nederland is de organisatie voor mensen met dementie en hun naasten. Deze stichting geeft informatie & hulp en biedt online en offline lotgenotencontact. Daarnaast is de stichting belangenbehartiger en financiert wetenschappelijk onderzoek.
Tegenwoordig is er in medische en paramedische kring een sterke trend om het woord met de klemtoon op de laatste lettergreep uit te spreken, net als afasie, epilepsie, geriatrie enz. Deze laatste woorden komen echter uit het Grieks, terwijl dementie van het Latijnse deméntia komt. Dement en dementie zijn vergelijkbaar met eveneens aan het Latijn ontleende woordparen als coherent/coherentie, frequent/frequentie en intelligent/intelligentie. De aanbevolen uitspraak is dan ook dementie, met de klemtoon op de tweede lettergreep.