| Diaphoretickes Fossiel voorkomen: Paleoproterozoïcum — heden | |||
|---|---|---|---|
Bedektzadigen (Archaeplastida) Paramecium (Alveolata) Centroheliden (Haptista) Kelp (Stramenopila) | |||
| Taxonomische indeling | |||
| |||
| Clade | |||
| Diaphoretickes Adl et al., 2012 | |||
| |||
De Diaphoretickes (van het Griekse diaforetikés, 'divers') is een omvangrijke evolutionaire groep (clade) van eukaryoten, waartoe naar schatting meer dan 600.000 soorten behoren. De clade omvat een grote diversiteit aan levensvormen, van eencellige protisten tot meercellige planten en talrijke soorten algen. De clade werd ontdekt door middel van fylogenetische analyses in de 21e eeuw, die een nauwe verwantschap aan het licht brachten tussen vier supergroepen: Archaeplastida (planten en roodwieren), Haptista, Cryptista en de SAR-clade (Stramenopila, Alveolata en Rhizaria).
Organismen binnen de Diaphoretickes hebben zeer verschillende evolutionaire routes afgelegd, maar de vier supergroepen delen enkele ancestrale kenmerken. Bij de voorouders van deze groep lag de morfologie dicht bij die van Excavata, met twee flagellen en een ventrale voedingsgroeve.
Sommige kenmerken zijn in meerdere groepen convergent ontstaan, zoals het ontstaan van chloroplasten via endosymbioses en de aanwezigheid van axopodiën in heliozoa en radiolariën. Chloroplasten met chlorofyl c zijn typerend voor Diaphoretickes. De andere grote clade in het domein eukaryoten is Unikonta of Amorphea, waartoe de schimmels en de dieren behoren.
Ver voordat moleculair onderzoek de clade Diaphoretickes onthulde, was al een evolutionaire verwantschap geconstateerd tussen planten en andere groepen protisten, onder meer door evolutiebioloog Thomas Cavalier-Smith. Hij bedacht voor deze organismen de term fotokaryoten, omdat ze vrijwel alle fotosynthetische eukaryoten omvatten. In latere literatuur noemde hij de groep corticaten, een verwijzing naar het feit dat veel vertegenwoordigers zogenaamde 'corticale alveoli' bezitten (vesikels onder het celmembraan), zoals bij glaucofyten en alveolaten. Deze namen raakten echter in onbruik nadat bleek dat deze fotosynthetische protisten, destijds Chromalveolata genoemd, geen monofyletische groep zijn: deze organismen hebben onafhankelijk van elkaar een fotosynthetische endosymbiont opgenomen.
In 2012 stelde de International Society of Protistologists een nieuwe taxonomische naam voor deze clade voor: Diaphoretickes. In de jaren daarna toonden verbeterde fylogenetische analyses aan dat nog meer protistengroepen binnen deze definitie vallen (zoals Telonemia, Centroheliozoa). Dit leidde tot de erkenning van nieuwe supergroepen binnen Diaphoretickes, te weten Haptista (centroheliden en haptofyten) en Cryptista (cryptomonaden en verwanten).
Diaphoretickes is een van de meest omvangrijk gedefinieerde clades binnen de eukaryoten. De groep omvat een groot deel van de bekende eukaryote levensvormen, waaronder vrijwel alle planten en talrijke groepen algen en protisten. De grootste soortenrijkdom bevindt zich binnen de Archaeplastida en SAR-clade. Alleen al meercellige landplanten vormen door hun wijdverspreidheid naar schatting 81% van de totale biomassa op de planeet.
Ondanks hun grote diversiteit vertonen verschillende groepen binnen de Diaphoretickes enkele fundamentele gemeenschappelijke celkenmerken. De gemeenschappelijke voorouder was vermoedelijk een eencellig organisme met twee flagellen en een ventrale voedingsgroeve. Deze kenmerken zijn nog aanwezig bij sommige vroeg afgesplitste groepen, waaronder Jakoba en Malawimonas.
Binnen de Diaphoretickes is fotosynthese meerdere keren onafhankelijk ontstaan door endosymbiose. De Archaeplastida verkregen hun plastiden rechtstreeks van een cyanobacterie (primaire endosymbiose). Andere groepen, waaronder de Ochrophyta, Cryptophyta en Haptophyta, verkregen plastiden door opname van eencellige roodwiertjes (secundaire endosymbiose). Dit zijn convergente ontwikkelingen. Een bijzonder geval is Paulinella, een organisme binnen de Rhizaria dat onafhankelijk van de Archaeplastida een endosymbiose met een cyanobacterie heeft ondergaan.
De evolutionaire relaties binnen de Diaphoretickes zijn onderwerp van discussie. De twee grote subclades, Archaeplastida en SAR, zijn relatief goed gekarakteriseerd en monofyletisch. Haptista en Cryptista, twee groepen waarvan aanvankelijk werd gedacht dat ze verwanten van elkaar waren, bleken later verder van elkaar af te staan. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Cryptista (cryptomonaden) evolutionair verwant zijn aan de Archaeplastida. Onderstaande fylogenie is gebaseerd op genoomanalyses van de jaren 2020.
| Diaphoretickes |
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||