
Digna Sinke (Zonnemaire, 17 oktober 1949) is een Nederlands filmmaakster.
Ze werd geboren op Schouwen-Duiveland (waar ze in 2025 nog steeds een huisje en een tuin heeft). Het gezin verhuisde al snel naar Anna Jacobapolder en daarna naar Middelburg. Ze groeide op in een vrijzinnig protestants milieu. Thuis was er een harmonium waar vooral kinder-, Sinterklaas- en Kerstliedjes op gespeeld werden, en geen psalmen. Haar moeder was zondagsschooljuffrouw en haar vader was betrokken bij het kerkbestuur van de Koorkerk. Hij werkte als commies A op de Provinciale Griffie. Toen hij in 1960 de kans kreeg directeur te worden van de Stichting voor Sociaal Werk van de Nederlandse Protestantenbond (later Stichting Mens & Samenleving) verhuisde het gezin naar Utrecht. Daar kwam Digna op het Utrechts Stedelijk Gymnasium terecht. Als kind wilde ze sleepbootkapitein of architect worden, maar door de Cinemanifestatie, georganiseerd door Huub Bals raakte ze geïnteresseerd in film. Ze meldde zich direct na het eindexamen aan bij de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam, en werd aangenomen. Zonder een helder idee te hebben welke kant ze op zou gaan, studeerde ze in 1972 af als scenarist en regisseur met de korte film Groeten uit Zonnemaire (jonge vrouw keert terug naar geboortegrond). Sindsdien maakte ze een aantal documentaires en lange speelfilms. Haar film De Stille Oceaan draaide in het competitieprogramma in Berlijn (1984). Haar speelfilm Belle van Zuylen - Madame de Charrière won in 1994 de Grote Prijs op het festival van Mannheim. Ze regisseerde vier documentaires over het eiland Tiengemeten in het Haringvliet.
Na het overlijden van levenspartner René Scholten (1943-2001) heeft zij het filmproductiebedrijf Studio Nieuwe Gronden (nu: SNG Film) overgenomen, en is ze ook werkzaam als producent. Als producent is ze onder meer verantwoordelijk voor Kala azar (regie: Janis Rafa), Hoogtijdagen (regie: Ben van Lieshout), Georgica (regie: Katelijne Schrama), Droom & Daad (regie: Annette Apon), Wavumba (regie: Jeroen van Velzen), De Engel van Doel (regie: Tom Fassaert), Zwarte Ogen (regie: Jan Bosdriesz), Winterstilte (Sonja Wyss), L'Ami Hollandais (Pieter Jan Smit), Reimerswaal (Clara van Gool).
Bij vlagen beweegt Sinke zich op andere artistieke terreinen. In de jaren zeventig waren gouaches, foto's en reisverslagen van haar te zien op exposities bij Galerie Mokum (Amsterdam, 1973), het Langhuis (Zwolle, 1979) en Galerie Beeld en Aambeeld (Enschede, 1979). In 2009 was er een installatie ("De Watersnoodramp") van haar te zien bij Perron 1 in Delden. In 2020 exposeerde ze in De Bewaerschole (Meanderen tussen ordening en chaos) waarvoor ze de korte film Grenzen maakte.
Sinke schreef columns voor AV-journaal en was co-auteur van het boek Kunst en beweging, verschenen in 1996 ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen.
Ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van Studio Nieuwe Gronden/SNG Film publiceerde ze (in samenwerking met Hugo Naber) het boek Onmogelijke Films dat genomineerd werd voor de Louis Hartlooperprijs.
Sinds 1977 heeft ze naast haar filmwerk allerlei bestuurs- en adviesfuncties vervuld: o.a. als vicevoorzitter van het Amsterdams Fonds voor de Kunst, lid en kernraadslid van de Raad voor de Kunst, voorzitter van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen, bestuurslid van Kunsten 92, FPN en NAPA. In 1991 was ze een van de oprichters van DIFA (Dutch Documentary and Independent Film Association). In 2000 was ze betrokken bij de oprichting van de Federatie Filmbelangen. Ook gaf ze samen met cameraman Albert van der Wildt cursussen aan filmcollectieven.
In 2008 regisseerde Sinke de film Atlantis, waarvoor ze ook het scenario schreef. De film speelt zich af in de nabije toekomst en gaat over een 14-jarig meisje, Xenia, dat gespeeld wordt door Pitou Nicolaes. Atlantis ging in première eind 2008 op het Internationaal filmfestival van San Sebastian. In maart 2009 vond de Nederlandse première plaats op het International Film Festival Breda.
In 2010 sloot ze haar langlopende project over het eiland Tiengemeten af met de film Weemoed & Wildernis (Wistful Wilderness). De film won de prijs voor de beste documentaire op het FIFE (Festival International du film d'Environnement) te Parijs en op het Neue Heimat festival in Freistadt. In 2026 werd Weemoed & Wildernis door De Volkskrant uitgeroepen tot de beste documentaire ooit in Nederland gemaakt.
De korte film Alle dagen even mooi (Lovely weather every day) ging in 2013 in première op het Nederlands Filmfestival en leverde haar de DDG-award voor de meest opmerkelijke korte fictiefilm uit 2013 op. Eerder was de film als work-in-progress te zien geweest als deel van het beeldende kunst project De Buitenbioscoop (MIKC, Delden 2012).
De lange film After the Tone ging in première op het IFFR 2014 (International Film Festival Rotterdam). De teksten voor de film zijn geschreven door Henk Burger, het beeldconcept is van Digna Sinke. In de film worden een jaar lang de voicemailberichten aan een zekere Onno gevolgd, maar Onno blijkt verdwenen (logline: Hoe ga je om met het gegeven dat iemand die je na aan het hart ligt plotseling spoorloos verdwenen is? Kan je verdergaan met je leven, terwijl je wacht op zijn terugkomst?). De film kan een hybride film genoemd worden: het is een speelfilm omdat het verhaal fictief is en de teksten door acteurs (Dragan Bakema, Rifka Lodeizen, Olga Zuiderhoek, Josefien Hendriks) gesproken worden, maar de beelden zijn feitelijk documentair en laten de acteurs niet zien. De film is op een aantal festivals te zien geweest en kwam op de tweede plaats in de Top Tien van beste Nederlandse speelfilms in de Filmkrant.
In 2015 liet ze in de documentaire Onder de oppervlakte problemen van het ontpolderen van de Hedwigepolder zien. In 2018 volgde Bewaren of hoe te leven over de (haar) achtergrond van verzamelen (tegengaan verlatingsangst of liefde voor geschiedenis). Beide films werden genomineerd voor een Gouden Kalf voor beste lange documentaire. In 2016 werd de Groeneveldprijs aan haar toegekend voor haar betrokkenheid bij natuur en landschap. In 2023 werd haar vijftigjarige carrière als filmmaker bekroond met het Gouden Kalf voor de Filmcultuur. De jury roemde haar ‘eigenheid in onderwerpkeuze’ en haar bijdrage aan jong talent. Het leverde ook een tegel op in de Walk of Fame Vinkenburgstraat Utrechtse met de uitdrukking "'t Wiest z'n eige" (Het wijst vanzelf).
In 2025 wijdde de Viennale (Wenen) een retrospectief aan haar, en in 2026 draaide het Filmpodium in Zürich negen van haar films. Patrick Holzapfel schreef voor die gelegenheid een essay over haar werk met de titel Topografien der Erinnerung.
Toen in februari 2017 WEEMOED & WILDERNIS[1] onderdeel was van het internationale event Let’s Talk About Water kwam na de vertoning in De Balie iemand van het Amsterdams Havenbedrijf enthousiast naar haar toe met het idee om op een vergelijkbare manier een film te maken over de veranderingen in het Amsterdamse havengebied. De transitie naar een duurzame economie zou het hele landschap veranderen.
Het lukte niet om de documentaire gefinancierd te krijgen. Daarop besloot Digna een speelfilmscenario te schrijven die zich in hetzelfde gebied zou afspelen, met in grote lijnen dezelfde problematiek: iedere transitie is ook een persoonlijke transitie (Jan Rotmans). Ook deze film bleek niet financierbaar. Ze schreef toen een no-budget hybride versie van het scenario (geen speelscènes met acteurs, eigen camerawerk), maar die versie werd vervolgens als Caleidoscoop-film door het Filmfonds warm ontvangen.
Daardoor werd er meer mogelijk. Uiteindelijk werd de film feitelijk een soort documentaire waarin Digna met een aantal acteurs onderzoekt hoe je een fictiefilm had kunnen maken over een fotografe die de veranderingen in het landschap van het Amsterdamse westelijk havengebied vastlegt. De acteurs spelen niet de scènes, maar lezen -deels in beeld- de teksten. De hoofdrol wordt vervuld door Gijs Naber. Verder werkten mee Nizar el Manouzi, Daniël Boissevain, Tom Jansen, Janni Goslinga, Leny Breederveld, Mike Libanon, Nanette Edens, Mike Reus, Jacqueline Blom, Romijn Conen, Thomas van Luin, Manouk Pluis, en Jelle Mensink. Digna sprak zelf de teksten in van de fictieve fotografe Lea, en is een paar keer in beeld te zien. Het resultaat van dit onderzoek zorgde ervoor dat ze de film zelf omschreef als “raar”. Sinke is overigens in de film ook te horen achter het eerder genoemde harmonium. De film ging in première tijdens het International Film Festival Rotterdam op 2 februari 2025. De vertoning werd gevolgd door een gesprek met Sinke waarin zij inging op het persoonlijke karakter van de film, en haar keuze om zelf de voice-over te doen.
Behalve filmmaker is Sinke fervent filmliefhebber. Zo is ze frequent te vinden in de bioscopen/filmzalen van IFFR, EYE Filmmuseum, Filmhallen, Het Ketelhuis, Lab111 en Filmhuis Cavia. Daarnaast verzamelt ze suikerzakjes (waarin ze de geschiedenis van Nederland terugvindt) en tuiniert ze in Zonnemaire.