Dode stelling

Een dode stelling is een situatie die in het schaakspel kan voorkomen. Het betekent dat voor beide spelers de mogelijkheid ontbreekt om de ander mat te zetten, zelfs als de tegenstander slecht speelt. De partij is reglementair met remise geëindigd op het moment dat de dode stelling ontstaat. Het is formeel niet nodig om die remise te claimen. Hierdoor wordt vermeden dat een speler de tijd rekt en vervolgens toch de winst door tijdsoverschrijding opeist. De partij is ook remise als pas na het vallen van de vlag wordt ontdekt dat er een dode stelling was.

Voorbeelden:

Stellingen met onvoldoende materiaal zijn snel te herkennen. Het zijn:

Er is ook sprake van een dode stelling als elk vervolg onvermijdelijk resulteert in pat of in een van de hierboven genoemde stellingen.

8 kd bd
7 pd pd pd
6 pl pl pl
5
4 kl
3
2
1
a b c d e f g h
Dit is een dode stelling. De spelers kunnen met de koning zetten (zwart alleen langs de achtste rij) maar verder niets uitrichten.
Zwart aan zet kd nl
7 ql
6 kl
5
4
3
2
1
a b c d e f g h
Ook dit is een dode stelling. Wit heeft nog voldoende materiaal om mat te zetten, maar als de partij zou worden doorgespeeld, moet zwart de dame slaan. Mat is dus onmogelijk. De partij wordt niet doorgespeeld, ze is al reglementair geëindigd en als op dit moment de vlag van de zwartspeler valt, is de uitslag toch remise. Vervangt men de dame door een toren, dan is dit geen dode stelling, want zwart kan nog ... Kb8?? spelen.
8 kd
7
6 kl
5
4
3
2
1
a b c d e f g h
Een schaakprobleem. Wie heeft de laatste zet gedaan? De clou is dat de stelling, voordat de laatste zet werd gedaan, nog niet dood was, want dan was de partij al eerder beëindigd. Andrew Buchanan, 2001.
Zwart aan zet kd
7 pl
6
5
4
3 kl
2
1
a b c d e f g h
Zwart aan zet. Dit is een potremise, geen dode stelling. Als Zwart de pion niet slaat, kan Wit nog winnen.

Er zijn matstellingen mogelijk met de volgende combinaties, en die combinaties vormen dus geen dode stelling, hoewel mat alleen mogelijk is na een blunder van de tegenstander:

Men spreekt in zo'n geval wel van potremise. Doorspelen is toegestaan en dan bestaat dus de mogelijkheid dat een van de spelers remise weigert in de hoop dat de ander de tijd overschrijdt en alsnog verliest. Het is echter niet geoorloofd dat de partij door tijdsoverschrijding gewonnen wordt door de speler die alleen de koning heeft, en die dus onmogelijk door mat kan winnen (zie Einde van een schaakpartij). De arbiter moet dit voorkomen door de partij met remise te beëindigen.

Bronnen