| Dominicus Lampsonius | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | rond 1536 | |||
| Overleden | 17 juli 1599 | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Oude Universiteit Leuven | |||
| Leermeester | Lambert Lombard | |||
| Beroep | kunsthistoricus, kunstschilder, prentkunstenaar, dichter, beeldend kunstenaar, humanist | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Bekende werken | Pictorum aliquot celebrium Germaniae inferioris effigies | |||
| Werklocatie | Luik, Italië | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Kunstenaarsmaplocatie | Frick-kunstreferentiebibliotheek | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||
Dominicus Lampsonius, latinisering van Dominique Lampsoons, (Brugge, rond 1536 - Luik, 17 juli 1599) was een Vlaams humanist, dichter, numismaat, schilder, kunstcriticus en diplomaat. Veel van wat we vandaag weten over de kunstenaars van zijn tijd is afkomstig uit zijn geschriften.
Lampsonius was de verlatijnste naam van de Brugse familie Lampsins (ook geschreven Lampsoons, Lamsins, Lamsens, Lampsens, Lampson, Lanssens en Lansschen). Dominicus was een zoon van de schedemaker en borstelmaker Jacob Lamsins († 1561), weduwnaar van (waarschijnlijk) Barbele de Lannoy († voor 1530) en echtgenoot van Anna De Vriese.
Hij werd ingeschreven op 28 augustus 1549 aan de universiteit van Leuven en studeerde kunsten en wetenschappen. Vanaf 1554 was hij privésecretaris van de Engelse kardinaal Reginald Pole, een van de voorzitters van het Concilie van Trente en in 1549-1550 bijna tot paus verkozen na de dood van Paulus III. Nadat de katholieke Mary aan de macht was gekomen, trok Pole in maart 1554 naar Engeland en dit was het tijdstip waarop Lampsonius zijn secretaris werd. Hij schreef het testament van de kardinaal, die op 17 november 1558 overleed, en zorgde ook voor zijn graftombe in de kathedraal van Canterbury.
Hij kwam weer naar de Nederlanden en werd in Luik secretaris van drie opeenvolgende prins-bisschoppen: Robert van Glymes van Bergen, Gerard van Groesbeek en Ernst van Beieren. In 1577 was hij, als diplomaat namens het prinsbisdom Luik, aanwezig bij de onderhandelingen die leidden tot het Eeuwig Edict.

In 1575 werd hij lid van de Luikse gilde van de goudsmeden, waar ook de schilders toe behoorden. Van hem is slechts één werk bekend, een Calvarie, in de Sint-Quintenskerk in Hasselt. Zijn collectie munten was bekend: Goltzius kwam ze in Luik bezoeken.
Lampsonius had vele contacten met humanisten en wetenschappers, onder meer met Torrentius, Abraham Ortelius en Justus Lipsius. Hij zou een rol hebben gespeeld in de terugkeer van deze laatste naar het katholicisme.
Dominicus Lampsonius voerde een geregeld briefcontact met Giorgio Vasari. Van twee brieven is de inhoud bekend. De eerste brief, gedateerd 30 oktober 1564, werd gedeeltelijk opgenomen in Vasari's Vite. Vasari prees Lampsonius daarin als "een goed geletterd en onderlegd man" die voormalig vertrouweling van kardinaal Reginald Pole was en op dat moment secretaris van de prins-bisschop van Luik.
Een tweede brief van 25 april 1565 is bewaard gebleven in het Staatsarchief van Florence. Hierin antwoordde Lampsonius op Vasari's vraag of er nog andere Nederlandse schilders vermeldenswaardig waren, dat hij reeds informatie over de belangrijkste kunstenaars in eerdere brieven had verstrekt.
Hoewel deze eerdere brieven met kunstenaarsvermeldingen niet bewaard zijn gebleven, werd de informatie wel verwerkt in het hoofdstuk Di diversi Fiamminghi in de tweede editie van Vasari's Vite (1568). Opmerkelijk is dat Pieter Bruegel die eerst door Vasari als Pietro di Breda wordt vermeld, nu voor de tweede maal werd opgenomen, maar nu als Pietro Broghel d'Anversa.
Hij trouwde in 1569 in Hasselt met Beelken Schelen, dochter van de Hasseltse brouwer Willem Schelen. Het echtpaar had als kinderen:
Dominicus en zijn vrouw werden in de kerk van Saint-Denis in Luik begraven.