Dophei

Dophei
Rode dophei (Erica cinerea)
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Asteriden
Orde:Ericales
Familie:Ericaceae (Heidefamilie)
Geslacht
Erica
L. (1753)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Dophei op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Dophei (Erica) is een geslacht van planten uit de heidefamilie (Ericaceae).

Alle soorten hebben altijdgroene, naaldachtige bladeren van 2-15 mm lang in kransen van drie of vier. De viertandige bloemkroon met vrije meeldraden is omgegeven door een groene kelk (vleeskleurig bij Erica carnea). Erica sicula heeft meestal een vijftandige bloemkroon.

De verwante soort Bruckenthalia spiculifolia heeft meeldraden die met de bloemkroon vergroeid zijn.

De meeste Europese soorten zijn dwergheesters van 20-80 cm hoog. De grootste zijn de boomhei (Erica arborea) en de bezemdophei (Erica scoparia) die 6-10 meter hoog kunnen worden.

Etymologie

De botanische naam Erica is afgeleid van het Oudgrieks ἐρείκη, ereikē, dat heideveld betekent. De naam Dophei slaat op de vruchten die op notendoppen lijken.

Europese soorten

Boomhei (Erica arborea)
Gewone dophei (Erica tetralix)
Corsicaanse hei (Erica terminalis)

In Nederland en België komen de volgende soorten voor:

De overige Europese soorten zijn:

Bruckenthalia spiculifolia (Salisb.) Rchb. – synoniem: Erica spiculifolia Salisb. heeft meeldraden die met de petalen vergroeid zijn. Dwergstruikje tot 25 cm met helder roze bloemen in dichte onbebladerde trosjes. Roemenië, Balkan en Noord-Turkije.

Waar de ouders samen groeien, kan men natuurlijke hybriden aantreffen, namelijk:

Kweek

De winterhardheid van de soorten en hun hybriden is echter sterk verschillend. De meest winterharde zijn Erica carnea en Erica tetralix. Erica cinerea, Erica terminalis en Erica vagans en de hybriden Erica ×praegeri, Erica ×watsonii en Erica ×williamsii zijn wat minder winterhard. Erica arborea, Erica ciliaris en Erica mackaiana zijn gevoeliger voor vorst. Erica lusitanica, Erica manipuliflora, Erica multiflora, Erica scoparia, Erica sicula en Erica umbellata zijn in Nederland en België niet voldoende winterhard om massaal aan te planten.

De winterharde soorten zijn bij ons geliefde tuinplanten. Een groot aantal cultivars van vooral Erica cinerea, Erica carnea, Erica tetralix en Erica vagans, werden geselecteerd voor hun habitus, de kleur van bloemen en loof, en hun bloeiperiode.

De volgende tuinhybriden worden ruim aangeboden:

De meeste soorten vereisen zure, humushoudende grond. Erica carnea, Erica ×darleyensis en Erica terminalis zijn kalktolerant.

Decoratief gebruik

Dophei wordt in bosjes samengebonden en geweven tussen gegalvaniseerde ijzerdraad om heidematten of ericamatten van te maken. Zowel Europese dophei als Aziatische dophei wordt hiervoor gebruikt. Zowel de dikte van de matten, als de origine van de dophei bepalen de kwaliteit en zichtdichtheid van de matten. Heidematten doen vooral dienst als decoratiemat tegen een draadafsluiting. Op die manier kan er een schutting tussen twee tuinen geplaatst worden die de privacy respecteert. Heidematten zijn milieuvriendelijke tuinafscheidingen.

Afrikaanse soorten

Erica mammosa

Een meerderheid van de meer dan 750 Afrikaanse heisoorten komt voor in het fynbos in de Kaapstreek van Zuid-Afrika, waar ze samen met Protea-soorten en andere struiken groeien. De meeste Zuid-Afrikaanse soorten hebben lange buisbloemen. In de Afromontane zones van Oost-Afrika groeien heisoorten die een aantal meter hoog worden, zoals boomhei (Erica arborea) en Erica rossii.

Soorten als Erica cerinthoides en Erica grandiflora met oranje bloemen, Erica speciosa met rode bloemen, Erica doliiformis en Erica mammosa met roze bloemen, of Erica bauera met porseleinwitte of teerroze bloemen, kunnen in Europa buiten gekweekt worden in streken met milde winters en droge zomers (Zuidwest-Frankrijk en het Middellandse Zeegebied).

Verschillen selecties van de hybride Erica ×hyemalis worden als potplant aangeboden.

Referenties