| Voorjaarszonnebloem | ||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Doronicum orientale | ||||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||||||
| Doronicum L. (1753) | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
Voorjaarszonnebloem (Doronicum) is een geslacht uit de composietenfamilie (Asteraceae).
In Nederland komen de hartbladzonnebloem (Doronicum pardalianches) en de weegbreezonnebloem (Doronicum plantagineum) voor. Zij worden al langer als sierplant aangeplant vanwege de fraaie, heldergele straalbloemen. Ze zijn dan ook al ingeburgerd vanaf de eerste helft van de 19e eeuw en hebben de status van stinsenplant verworven. Hartbladzonnebloem, ook wel voorjaarszonnehoed of hartzonnebloem genoemd, is een 60-100 cm hoge, zuiver gele plant, die bloeit van april tot juni.

Enkele andere soorten zijn:
De voorjaarszonnebloem kan vermeerderd worden uit zaad en door scheuren.
De voorjaarszonnebloem kan aangetast worden door bladaaltjes (Aphelenchoides-soorten), diverse bladluizen, roetdauwschimmels en wortelrot. De planten dienen als voedselplant voor diverse slakkensoorten.
Alle delen van de plant zijn giftig.
In de tuin kan de plant op humusrijke grond worden aangeplant in de zon of halfschaduw. De wortels verlangen een constante vochtigheidsgraad om te vermijden dat ze te warm worden. Een te hoge vochtigheid leidt weer gemakkelijk tot wortelrot. Als stinsenplant groeit hij graag onder loofbomen op halfopen plaatsen.
Een aantal cultivars is er op gericht om de bloem als snijbloem te gebruiken.